Jurisprudentie

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 30 januari 2018 in zaaknr. 15/00858 op het hoger
    beroep – na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden –tegen de uitspraak van 12
    augustus 2010 in de zaak met kenmerk AWB 09/5308 van de rechtbank geoordeeld dat het
    bewijs van de oorsprong van knoflook gegrond is op een rapport van een Amerikaans
    laboratorium, dat over de uitvoering van het onderzoek geen volledige opening van
    zaken kan geven. Het Hof heeft een deskundige benoemd en ziet, na weging van de
    feiten en argumenten van partijen, geen aanleiding om geen bewijskracht toe te kennen
    aan de onderzoeksbevindingen van het Amerikaanse laboratorium.

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 1 februari 2018 in de zaken met de kenmerken
    17/00191, 17/00192 en 17/00193 geoordeeld dat de inspecteur melkproducten voor
    kinderen terecht heeft ingedeeld in GS-post 2202, onderverdeling 2202 9091 90. Het
    hoger beroep is ongegrond verklaard.

  • In het arrest in de zaak 16/00791 heeft de Hoge Raad op 2 februari 2018 ter zake van
    de invoer van naadloze buizen van roestvrij staal uit China geoordeeld over de
    betekenis van hetb begrip ‘voorlopig antidumpingrecht’ en over de heffing van het
    definitief antidumpingrecht met terugwerkende kracht. Voorts oordeelt de Hoge Raad
    dat de aanduiding ‘definitieve antidumpingrechten’ op het aanslagbiljet juist is en
    de navordering van antidumpingrechten niet beperkt is tot invoeraangiften waarvoor
    bij de vrijgave van de goederen een zekerheid is gesteld ten bedrage van een
    voorlopig ingesteld antidumpingrecht.

  • In de zaak 14/00173 heeft het Gerechtshof Amsterdam op 9 februari 2016 geoordeeld dat
    bananenpuree vatbaar is voor indeling onder post 20.07. Uit de bewoordingen van post
    20.08 (‘elders genoemd noch elders onder begrepen’) volgt dat dan is uitgesloten dat
    het product tevens onder post 20.08 zou kunnen worden ingedeeld. De Hoge Raad heeft
    op 26 januari 2018 arrest gewezen in de zaak onder nummer 16/01563 inzake
    douanerechten en de tariefindeling van een bananenpuree. Daarbij heeft de Hoge Raad
    geoordeeld dat de omstandigheid dat het pureren van de bananen heeft plaatsgevonden
    vóór de warmtebehandeling als bedoeld in aantekening 5 op hoofdstuk 20 van de GN,
    niet eraan in de weg staat de bananenpuree te beschouwen als een door koken of stoven
    verkregen vruchtenmoes of vruchtenpuree in de zin van post 20.07 van de GN. Het
    middel faalt derhalve.

  • Op 11 januari 2018 heeft het Hof Amsterdam in de zaak 17/00031 geoordeeld over de
    indeling van tonijnvlees, waarbij het de vraag was in hoeverre een “chunk” moet
    worden aangemerkt als 'bevroren filet van een tonijn' of als 'ander visvlees'.
    Volgens het Hof is het fabricageproces (of de volgorde van versnijden) niet relevant
    voor de indeling. Gezien de kenmerken van de chunks is sprake van tonijndelen die
    herkenbaar zijn als delen van de boven- of onder-, linker- of rechterhelft van een
    tonijn, welke delen – gelet op hun toenemende doorsnede (van smal naar breed) –
    evenwijdig aan de ruggengraat zijn losgemaakt en waarvan de kop, de ingewanden, de
    vinnen en de graten zijn verwijderd. Op grond van deze objectieve kenmerken en
    eigenschappen dienen de chunks, gelet op de bewoordingen van de post en aanvullende
    aantekening 2 op hoofdstuk 3, te worden ingedeeld in onderverdeling 0304 87 00 van de
    GN.