Jurisprudentie

  • In de zaak geregistreerd onder nr. C-592/17 Baby Dan betreft het onderwerp van geding
    de indeling van bouten voor een veiligheidshekje voor kinderen dat als afsluiting
    voor bijvoorbeeld een trap dient. De verwijzende rechter wenst verduidelijking of de
    bouten – gelet op voor de toepassing van de GN relevante objectieve eigenschappen en
    kenmerken daarvan – als deel van het veiligheidshekje voor kinderen moeten worden
    beschouwd en, zo ja, of zij onder GN-onderverdeling 9403 90 10 of onder GN-post 7326
    en 4421 moeten worden ingedeeld.

  • In de zaak geregistreerd onder nr. C-555/17 2M-Locatel is het onderwerp van geschil
    een settopbox (hierna: ingevoerde goed) die bestemd is om te worden gebruikt voor
    onder meer de ontvangst van livetelevisie die wordt uitgezonden door middel van
    internettechnologie. Het geschil betreft hoofdzakelijk de vraag of het ingevoerde
    goed moet worden ingedeeld.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 767/2014 de indeling
    in de Gecombineerde Nomenclatuur vastgesteld van een stel of assortiment (alles samen
    verpakt) opgemaakt voor de verkoop in het klein voor de bereiding van een
    noedelgerecht. Het product ontleent zijn wezenlijke karakter aan de noedels aangezien
    deze het grootste gedeelte van het product vormen. Indeling van het product onder
    post 2104 als preparaten voor soep of voor bouillon of voor bereide soep of bouillon
    is daarom uitgesloten. Het product moet daarom worden ingedeeld onder post 1902 als
    deegwaren, ook indien gekookt of gevuld dan wel op andere wijze bereid. In het
    onderhavige geding betreft de vraag in hoeverre deze verordening geldig is?

  • De Hoge Raad heeft op 1 december 2017 arrest gewezen in zaaknr. 17/03215 op het
    beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het
    Gerechtshof Amsterdam van 30 mei 2017, nr. 16/00391, op het hoger beroep van de
    Inspecteur en op het incidenteel hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank
    Noord-Holland (nr. HAA 14/4725) betreffende aan belanghebbende uitgereikte
    uitnodigingen tot betaling van douanerechten. De Hoge Raad verklaart het beroep in
    cassatie ongegrond.

  • De Hoge Raad heeft op 1 december 2017 arrest gewezen in de zaak
    onder nummer 16/01936 op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën
    tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam met betrekking tot de tariefindeling
    van een combinatie van een houten punnikklos, een punniknaald en drie bolletjes wol,
    opgemaakt voor de verkoop in het klein. Voor de tariefindeling van de punniksets is
    niet van belang dat deze zijn vervaardigd door een speelgoedfabrikant of dat de
    punniksets volgens een vermelding op de verpakking niet geschikt zijn voor kinderen
    van 0-3 jaar. De bestemming van een product kan een objectief indelingscriterium zijn
    wanneer die bestemming inherent is aan het product. Die inherentie wordt echter
    bepaald aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product zelf
    en niet aan de hand van typering van de fabrikant of de waarschuwing van een
    fabrikant dat het door hem vervaardigde product niet geschikt is voor kinderen van
    0-3 jaar.