Jurisprudentie

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 19 april 2018 in zaaknummer 17/00332 geoordeeld
    dat etidroninezuur in een waterige oplossing (60% actieve bestanddelen etidroninezuur
    en 40% water) niet in aanmerking komt voor vrijstelling van douanerechten als bedoeld
    in Bijlage, eerste deel, titel II, deel C (Farmaceutische producten), bij Verordening
    nr. 2658/87. Het product komt niet voor vrijstelling in aanmerking, zodat niet de
    aanvullende TARIC-code 2500, maar aanvullende TARIC-code 2501 van toepassing is. De
    inspecteur is daarom terecht overgegaan tot intrekking van de BTI.

  • In de zaak C-226/18 zijn prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie met
    betrekking tot de toepasselijkheid van de vrijstelling van een antidumpingrecht en
    een compenserend recht en de toelaatbaarheid van de latere overlegging van een
    verbintenisfactuur en een verbinteniscertificaat voor uitvoer binnen een door de
    douaneautoriteiten gestelde termijn of in de beroepsprocedure tegen de vaststelling
    van de douaneschuld. Bovendien is de vraag gesteld over de gevolgen van een in de
    verbintenisfactuur vervatte onjuiste aanduiding van het besluit dat tot vrijstelling
    leidt.

  • In de zaak C-195/18 B.S heeft het geding betrekking op de indeling van een door
    beklaagde vervaardigd product onder de juiste douanecode van de gecombineerde
    nomenclatuur. In het bijzonder op de vraag of een door B. S. vervaardigde „drank op
    basis van bier en niet-alcoholhoudende dranken” diende te worden aangemerkt als een
    mengsel van bier van post 22.03 en niet-alcoholhoudende dranken, dan wel of het ging
    om een „drank op basis van andere gegiste dranken en niet-alcoholhoudende dranken”,
    welke diende te worden ingedeeld onder post 22.06.

  • In de zaak C-138/18 Estron betreft het de indeling verbindingsstukken van
    hoorapparaten, specifiek in hoeverre de verbindingsstukken als die aan de orde in
    deze zaak worden ingedeeld onder GN-postonderverdeling 8544 42 90,
    GN-postonderverdeling 9021 40 00 of GN-postonderverdeling 9021 90 10. Volgens de
    Deense rechter is eveneens voldoende twijfel gerezen over de uitlegging van de in het
    gemeenschappelijk douanetarief opgenomen aantekeningen, waaronder de vraag naar de
    uitlegging van aantekening 2, onder a), op hoofdstuk 90 van het gemeenschappelijk
    douanetarief, gelezen in samenhang met de andere aantekeningen op het
    gemeenschappelijk douanetarief, zodat een verzoek om een prejudiciële beslissing bij
    het Hof moet worden ingediend.

  • De Hoge Raad heeft op 20 april 2018 arrest gewezen in de zaak 16/00410 op het beroep
    in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
    Gerechtshof Amsterdam van 15 december 2015, nrs. 14/00707 tot en met 14/00711,
    betreffende bij vijf beschikkingen ten aanzien van belanghebbende gegeven bindende
    tariefinlichtingen. De Hoge Raad acht het niet buiten redelijke twijfel of de
    beeldschermen reeds zijn uitgesloten van indeling in postonderverdeling 8528 51 00
    van de GN vanwege de eigenschap dat zij niet zijn ontworpen voor werk op korte
    afstand. De Hoge Raad verzoekt daarom het Hof van Justitie van de Europese Unie
    uitspraak te doen over de vraag in hoeverre de postonderverdelingen 8528 51 00 en
    8528 59 40 van de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst van 1 januari 2007 tot 25 oktober
    2013) zo moeten worden uitgelegd dat platte lcd-beeldschermen, ontworpen en
    vervaardigd voor de weergave van uit een automatische gegevensverwerkende machine
    afkomstige gegevens en van uit andere bronnen afkomstige samengestelde videosignalen,
    ongeacht de overige objectieve kenmerken en eigenschappen van de specifieke monitor,
    worden ingedeeld in postonderverdeling 8528 59 40 van de GN indien zij vanwege hun
    afmeting, gewicht en functionaliteit niet geschikt zijn voor werk op korte afstand.
    Tevens vraag de Hoge Raad of het daarbij van belang of de gebruiker (de lezer) van
    het scherm en de persoon die gegevens in de automatische gegevensverwerkende machine
    bewerkt en/of invoert dezelfde is. De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan
    en schorst het geding totdat het Hof van Justitie naar aanleiding van vorenstaand
    verzoek uitspraak heeft gedaan.