Jurisprudentie

  • De Hoge Raad heeft op 29 juni 2018 in de zaak 14/02786 arrest gewezen op het beroep
    in cassatie van [X] te [Z], Duitsland tegen de uitspraak van het Gerechtshof
    Amsterdam van 17 april 2014, nrs. 13/00219 tot en met 13/00224, betreffende aan
    belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van aanvullende invoerrechten
    en omzetbelasting. De zaak zag onder meer op misbruik van recht, invoerprijs van
    kippenvlees beneden de reactieprijs, aansprakelijkheid van natuurlijke persoon die
    nauw en bewust betrokken was bij het bedenken en opzetten van structuur van
    handelsverkopen, het verlenging van de mededelingstermijn van drie jaar. Uiteindelijk
    heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er geen ontduiking van rechten heeft
    plaatsgevonden. Wat de schending van het verdedigingsbeginsel betreft, laten de
    stukken van het geding geen andere conclusie toe dan dat belanghebbende tijdens de
    bezwaar- en de beroepsfase stellingen heeft aangevoerd waarvan op voorhand niet kon
    worden uitgesloten dat deze tot een andere afloop van het besluitvormingsproces
    hadden kunnen leiden. Dit brengt mee dat de uitnodigingen tot betaling niet in stand
    kunnen blijven. Wel staat onherroepelijk vast dat de onderhavige aanvullende rechten
    zijn verschuldigd en dat zij terecht zijn geboekt. Voorts volgt hieruit dat
    belanghebbende voor die aanvullende rechten schuldenaar is. Het staat de Minister
    vrij opnieuw uitnodigingen tot betaling vast te stellen en aan belanghebbende te doen
    uitreiken.

  • De Europese Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/23 de indeling
    in de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld van een T-vormig artikel van staal. Het
    artikel heeft de objectieve kenmerken van hulpstukken (fittings) voor buisleidingen
    en moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 7307 93 19. In de zaak C-306/18 Korado
    a.s. is het Hof van |Justitie onder meer verzocht na te gaan in hoeverre de
    verordening 2015/23 gelding is.

  • De Hoge Raad heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht uitspraak te
    doen over de vraag in hoeverre de postonderverdelingen 8528 51 00 en 8528 59 40 van
    de Gecombineerde Nomenclatuur (tekst van 1 januari 2007 tot 25 oktober 2013) zo
    moeten worden uitgelegd dat platte lcd-beeldschermen, ontworpen en vervaardigd voor
    de weergave van uit een automatische gegevensverwerkende machine afkomstige gegevens
    en van uit andere bronnen afkomstige samengestelde videosignalen ongeacht de overige
    objectieve kenmerken en eigenschappen van de specifieke monitor, worden ingedeeld in
    postonderverdeling 8528 59 40 van de GN indien zij vanwege hun afmeting, gewicht en
    functionaliteit niet geschikt zijn voor werk op korte afstand. De zaak zal worden
    gevoerd onder zaaknr. C-288/18 X.

  • Op 22 juni 2018 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in cassatie van belanghebbende
    tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende aan belanghebbende
    uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten. Het Gerechtshof Amsterdam
    had geoordeeld dat in de gegeven omstandigheden de EUR.1-certificaten waren afgegeven
    op basis van een onjuiste weergave van de feiten. De afgifte kon niet als een
    vergissing door de Noorse douaneautoriteiten worden aangemerkt. De Hoge Raad
    verklaart het beroep van belanghebbende in cassatie ongegrond.

  • De Hoge Raad heeft op 15 juni 2018 in zaaknummer 16/03249 arrest gewezen ter zake van
    antidumpingrechten en compenserende rechten. Ondanks bindende oorsprongsinlichting
    had het Hof moeten beoordelen of met de productie van de biodiesel in Canada
    ontwijking is beoogd van antidumping- en antisubsidiëringsmaatregelen van de Unie

    .