Preferentiële regelingen

  • Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 8 maart 2018 uitspraak gedaan in de gevoegde zaken
    16/00153, 16/00154, 16/00155, 16/00156 met betrekking in hoeverre textielproducten de
    oorsprong Jamaica hebben of ‘kant en klaar’ uit China via Jamaica zijn doorgevoerd.
    Nu de oorsprongsfraude zich heeft afgespeeld binnen de groep (waartoe ook
    belanghebbende behoort) twijfelt het Hof er niet aan dat belanghebbende althans haar
    directeur daarvan wist althans redelijkerwijs had moeten weten.

  • Bij PbEU L 343 van 22 december 2017 heeft de Raad het Besluit 2017/2414/EU van 25
    september 2017 gepubliceerd betreffende de sluiting van de Kaderovereenkomst inzake
    een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten,
    enerzijds, en de Republiek der Filipijnen, anderzijds. In deze overeenkomst zijn
    onder meer bepalingen opgenomen op het gebied van handel en douane en
    douanesamenwerking. In PbEU L 78 van 21 maart 2018 is de kennisgeving gepubliceerd
    betreffende de inwerkingtreding van de kaderovereenkomst.

  • De Commissie heeft in PbEU C 100 van 16 maart 2018 een bericht gepubliceerd
    betreffende de opening van een vrijwaringsonderzoek betreffende de invoer van
    Indica-rijst van oorsprong uit Cambodja en Myanmar.

  • De Rechtbank Noord Holland heeft op 12 februari 2018 in de zaak AWB-16_739 geoordeeld
    dat het beginsel van de eerbiediging van de rechten van de verdediging is geschonden.
    Dit blijft zonder gevolgen omdat eiseres niet is benadeeld. Gelet op de bevindingen
    in de onderzoeksrapporten van de OLAF en het overzicht ZB1/ZB2 heeft verweerder in
    ruim voldoende mate aannemelijk gemaakt dat de in de aangiften en de certificaten van
    oorsprong vermelde aluminiumwielen niet van Maleisische preferentiële oorsprong zijn
    maar van Chinese niet-preferentiële oorsprong zijn, en kan worden aangenomen dat de
    aluminium wielen, afkomstig uit China, in de genoemde containers in Nederland in het
    vrije verkeer zijn gebracht. Hieruit volgt dat verweerder de douanerechten en
    antidumpingrechten in beginsel terecht heeft nagevorderd. Het beroep op artikel 220,
    tweede lid, aanhef en onder b, van het CDW faalt.

  • Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/348 van 8 maart 2018 heeft de Commissie een
    tijdelijke afwijking gepubliceerd van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446
    vastgestelde regels betreffende de preferentiële oorsprong voor in Cambodja
    vervaardigde rijwielen bij het gebruik van rijwielonderdelen van oorsprong uit
    Maleisië in het kader van cumulatie.