Jurisprudentie

  • In de zaak zaaknr. C-589/17 is het Hof van Justitie op 4 december 2017 verzocht om
    een prejudiciële verwijzing teneinde te vernemen of beschikking C(2008) 6317 van de
    Commissie van 3 november 2008 definitief is betreffende de invoer van
    textielproducten die zijn aangegeven als van oorsprong uit Jamaica (zaak REM 03/07).
    Daarbij is vastgesteld dat het gerechtvaardigd is om de invoerrechten achteraf te
    boeken en dat het niet gerechtvaardigd is die rechten kwijt te schelden in een
    specifiek geval. De vraag is of dit in strijd is met het Unierecht, met name met
    artikel 220, lid 2, onder b), en artikel 239 van het Communautair douanewetboek?

  • Op 23 maart 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam in de zaak 15/00808 uitspraak gedaan
    op het hoger beroep - na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden - tegen de
    uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 10/795 van de rechtbank Noord-Holland van 11
    juli 2011. De inspecteur heeft de goederen, nadat de juistheid van de
    goederenomschrijving en ariefindeling door het Douanelaboratorium was onderzocht, als
    bulgurtarwe ingedeeld onder postonderverdeling 1904 30 00 van de GN, en de meer
    verschuldigde douanerechten bij UTB nagevorderd. De Hoge Raad verklaart het beroep in
    cassatie in zaaknr. 17/02095 op 22 december 2017 ongegrond.

  • De Hoge Raad heeft op 22 december 2017 arrest gewezen in zaaknr. 16/00280 tegen de
    uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 december 2015, nrs. 13/00775 en
    13/00776. Het Hof heeft geoordeeld dat de objectieve kenmerken en eigenschappen van
    de onder postonderverdeling 8536 69 van de GN vallende goederen erin bestaan mogelijk
    te maken dat op een welbepaalde manier elektrische verbindingen tot stand worden
    gebracht, te weten door stekkers in contrastekkers te steken zonder verdere montage.
    Naar het oordeel van het Hof dienen de kabelschoentjes daarom te worden ingedeeld in
    postonderverdeling 8536 69 90 van de GN. Volgens de Hoge Raad kunnen de
    kabelschoentjes die aan de uiteinden van een draadleiding of kabel worden bevestigd
    om een eenwegverbinding tot stand te brengen, niet worden aangemerkt als
    elektromechanische stekkers en contrastekkers bedoeld in postonderverdeling 8536 69
    van de GN. De hiervoor weergegeven oordelen van het Hof geven daarom blijk van een
    onjuiste rechtsopvatting. Aangezien de kabelschoentjes moeten worden ingedeeld in
    postonderverdeling 8536 90 10 van de GN, dient de uitspraak van de Rechtbank te
    worden bevestigd.

  • Op 14 december 2017 heeft het Hof van Justitie in de zaak C-61/16 P betreffende een
    hogere voorziening het verzoek van European Bicycle Manufacturers Association (EBMA)
    om vernietiging van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 26 november
    2015, Giant (China)/Raad (T-425/13, niet gepubliceerd), houdende nietigverklaring van
    verordening (EU) nr. 502/2013 (instelling van een definitief antidumpingrecht op
    rijwielen van oorsprong uit China, voor zover deze betrekking had op Giant (China)
    Co. Ltd afgewezen.

  • In de onderhavige zaak is in geschil de vraag of de inspecteur terecht bindende
    tariefinlichtingen heeft afgegeven voor thermosflessen die onder postonderverdeling
    9617 00 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) zijn ingedeeld. Het Hof
    beantwoordt deze vraag, net als de Rechtbank Noord-Holland, bevestigend. In cassatie
    heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het middel kan niet tot cassatie leiden.