Jurisprudentie

  • Volgens het Hof heeft de inspecteur voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat de
    ingevoerde knoflook niet van Russische, respectievelijk Turkse oorsprong is.
    Belanghebbende is terecht als schuldenaar aangemerkt. Wetenschap van de directeur van
    haar directeur dient aan belanghebbende te worden toegerekend. Er is geen sprake van
    verjaring van de douaneschuld. De Hoge Raad heeft op 24 november 2017 arrest gewezen
    op het beroep in cassatie in zaaknummer 15/05787. Volgens de Hoge Raad had het Hof
    bij zijn beoordeling omtrent de bewijslevering van de oorsprong van de knoflook niet
    in het midden mogen laten het belang dat belanghebbende (mogelijk) heeft bij
    teruggave van het monster. Ook heeft het Hof geen omstandigheden vastgesteld die
    rechtvaardigen dat de Inspecteur belanghebbende niet voorafgaand aan het uitreiken
    van de uitnodigingen tot betaling in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
    Aldus heeft het Hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. De Hoge Raad
    verklaart het beroep in cassatie gegrond, vernietigt de uitspraak van het Hof en
    verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en
    beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.

  • Op 17 november 2017 heeft de Hoge Raad in zaaknr. 16/00118 arrest gewezen op het
    beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 26 november
    2015, nr. 13/00758 op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de
    Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 13/1775) betreffende aan belanghebbende uitgereikte
    uitnodigingen tot betaling van douanerechten. De Hoge Raad verklaart het beroep in
    cassatie ongegrond.

  • In de zaak 15/05739 heeft de Hoge Raad op 17 november 2017 arrest gewezen ter zake
    van douanerechten in verband met de verwerping wegens gegronde twijfel van aangegeven
    douanewaarde die werd vastgesteld met behulp van de transactiewaardemethode. Ook de
    Hoge Raad oordeelt dat de weergegeven oordelen van het Hof met zich meebrengen dat de
    Inspecteur met betrekking tot de aangegeven douanewaarden niet aannemelijk heeft
    gemaakt dat gegronde twijfel bestaat over de aangegeven transactiewaarden. Dit
    betekent dat juist is ’s Hofs oordeel dat de onderhavige uitnodigingen tot betaling
    ten onrechte zijn uitgereikt.

  • In de zaak 16/05249 heeft de Hoge Raad op 17 november 2017 arrest gewezen ter zake
    van douanerechten in verband met de verwerping wegens gegronde twijfel van aangegeven
    douanewaarde die werd vastgesteld met behulp van de transactiewaardemethode. Ook de
    Hoge Raad oordeelt dat de Inspecteur met betrekking tot de aangegeven douanewaarden
    niet aannemelijk heeft gemaakt dat gegronde twijfel bestaat over de aangegeven
    transactiewaarden, een en ander zoals bedoeld in artikel 181bis van de UCDW. Dit
    betekent dat juist is ’s Hofs oordeel dat de onderhavige uitnodigingen tot betaling
    ten onrechte zijn uitgereikt.

  • De Hoge Raad heeft op 10 november in zaaknr.15/04667 arrest
    gewezen op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam
    van 8 september 2015, nr. 13/00544, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een
    uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. AWB 12/5482, www.inenuitvoer.nl 2013-1071) betreffende aan
    belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van antidumpingrechten. De Hoge
    Raad stelt prejudiciële vragen.