Verbruiksbelastingen

  • De Europese Commissie heeft onlangs de eerder aangekondigde plannen gepresenteerd
    voor een grote hervorming van de btw-regels van de EU. Deze nieuwe start moet het
    btw-stelsel zowel voor overheden als voor ondernemingen verbeteren, moderniseren, en
    ook robuuster en gebruiksvriendelijker maken. De Commissie wil daarbij
    overeenstemming te bereiken over vier fundamentele beginselen; fraudebestrijding, een
    éénloketsysteem, het bestemmingslandbeginsel en minder administratieve lasten. Het
    voorstel bevat ook een concept van de gecertificeerd belastingplichtige in;
    ondernemingen die eenvoudigere en tijdbesparende regels mogen volgen. Het
    wetgevingsvoorstel gaat voor overeenstemming naar de lidstaten en voor raadpleging
    naar het Europees Parlement. De Commissie zal in 2018 met een gedetailleerd
    wetgevingsvoorstel komen om de BTW-richtlijn 2006/112 op technisch niveau te
    wijzigen, zodat het voorgestelde definitieve btw-stelsel vlot kan worden
    geïmplementeerd. De tekst van het persbericht van de Europese Commissie treft u
    onderstaand aan.

  • Minister van Financiën Dijsselbloem heeft de geannoteerde agenda ten behoeve van de
    eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 oktober 2017 in Luxemburg naar de Eerste en
    Tweede Kamer gezonden. Tijdens deze Ecofin zal de Europese Commissie een presentatie
    geven over het komende voorstel voor een definitief BTW-stysteem. Dit voorstel maakt
    onderdeel uit van het BTW-Actieplan van april 2016 en zal begin oktober worden
    gepubliceerd. De voorstellen over de modernisering van BTW-tarieven, maatregelen voor
    het MKB en het versterken van de administratieve samenwerking, zullen naar
    verwachting aan het eind van het jaar worden gepubliceerd. Nederland ondersteunt de
    doelstellingen die met het voorstel worden beoogd en is voorstander van
    vereenvoudigingen voor het bedrijfsleven en de Belastingdienst. De toelichting op dit
    agendapunt treft u hieronder aan.

  • Uit een studie van de Europese Commissie blijkt dat in 2015 de EU-lidstaten naar
    schatting € 152 miljard aan btw-inkomsten zijn misgelopen. In 2014 was dat bijna €160
    miljard. Deze btw-kloof – het totale verschil tussen de verwachte btw-inkomsten en
    het daadwerkelijk verzamelde bedrag – komt overeen met een totaal omzetverlies in de
    EU van 12,77% en is voor een belangrijk deel te wijten aan fraude. Volgens de
    Commissie zijn de btw-regels voor grensoverschrijdende handel gedateerd en aan
    vernieuwing toe. De btw-kloof was het grootst in Roemenië (37,2 %), Slowakije (29,4
    %) en Griekenland (28,3 %) en het kleinst in Spanje (3,5 %) en Kroatië (3,9 %).
    Nederland boekte in 2015 een btw-kloof van 7,9%. Dit komt overeen met een btw-bedrag
    van ruim € 3,8 miljard. De tekst van het persbericht van de Europese Commissie treft
    u onderstaand aan.

  • De EU-lidstaten zijn op grond van de BTW-richtlijn 2006 verplicht een
    btw-vrijstelling toe te passen voor onder meer de levering van schepen die op de
    zogenoemde volle zee worden gebruikt voor passagiersvervoer tegen betaling,
    vrachtvervoer, visserij en dergelijke. De vrijstelling geldt ook voor de bevoorrading
    van die schepen en voor een groot aantal diensten met betrekking tot die schepen en
    de voorwerpen die met de schepen vast verbonden zijn of voor hun exploitatie dienen.
    In Nederland zijn de bedoelde vrijstellingen vormgegeven door een btw-nultarief. De
    EC heeft Nederland aangesproken op de redactie van dit nultarief in de Wet OB 1968.
    Volgens de EC is de nationale wettelijke bepaling te ruim geformuleerd. In de huidige
    formulering is de vrijstelling gekoppeld aan zogenoemde zeeschepen, zonder dat
    daarbij de eis is gesteld dat die zeeschepen ook daadwerkelijk worden gebruikt voor
    de vaart op volle zee. Het kabinet onderschrijft deze opvatting van de Europese
    Commissie en stelt voor de bewoordingen van de desbetreffende bepalingen nader af te
    stemmen op die van de BTW-richtlijn 2006. De voorgestelde wettekst, de memorie van
    toelichting en de artikelsgewijze toelichting treft u hieronder aan.

  • In het Belastingplan 2018 wordt voorgesteld om de toepassing van het verlaagde
    btw-tarief voor geneesmiddelen wettelijk aan te scherpen door opname van de
    voorwaarde van een handelsvergunning zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet. Met deze
    aanscherping beoogt het kabinet de definitie van geneesmiddel voor de btw weer in
    overeenstemming te brengen met het doel van het verlaagde btw-tarief en de
    maatschappelijke opvatting over hetgeen een geneesmiddel is. Ook geeft de
    voorgestelde wettekst een duidelijke en uitvoerbare afbakening van geneesmiddelen ten
    opzichte van cosmetische, verzorgende en reinigende producten, waaronder tandpasta en
    zonnebrandmiddelen. De aanscherping leidt ertoe dat vanaf 1 januari 2018 alleen
    producten onder het verlaagde btw-tarief zullen vallen, die na goedkeuring van de
    daartoe bevoegde autoriteiten als geneesmiddel in de handel mogen worden gebracht. De
    voorgestelde tekst van Tabel I, post a.6, de memorie van toelichting en de
    artikelsgewijze toelichting treft u hieronder aan.