Verbruiksbelastingen

  • Uit een studie van de Europese Commissie blijkt dat in 2015 de EU-lidstaten naar
    schatting € 152 miljard aan btw-inkomsten zijn misgelopen. In 2014 was dat bijna €160
    miljard. Deze btw-kloof – het totale verschil tussen de verwachte btw-inkomsten en
    het daadwerkelijk verzamelde bedrag – komt overeen met een totaal omzetverlies in de
    EU van 12,77% en is voor een belangrijk deel te wijten aan fraude. Volgens de
    Commissie zijn de btw-regels voor grensoverschrijdende handel gedateerd en aan
    vernieuwing toe. De btw-kloof was het grootst in Roemenië (37,2 %), Slowakije (29,4
    %) en Griekenland (28,3 %) en het kleinst in Spanje (3,5 %) en Kroatië (3,9 %).
    Nederland boekte in 2015 een btw-kloof van 7,9%. Dit komt overeen met een btw-bedrag
    van ruim € 3,8 miljard. De tekst van het persbericht van de Europese Commissie treft
    u onderstaand aan.

  • De EU-lidstaten zijn op grond van de BTW-richtlijn 2006 verplicht een
    btw-vrijstelling toe te passen voor onder meer de levering van schepen die op de
    zogenoemde volle zee worden gebruikt voor passagiersvervoer tegen betaling,
    vrachtvervoer, visserij en dergelijke. De vrijstelling geldt ook voor de bevoorrading
    van die schepen en voor een groot aantal diensten met betrekking tot die schepen en
    de voorwerpen die met de schepen vast verbonden zijn of voor hun exploitatie dienen.
    In Nederland zijn de bedoelde vrijstellingen vormgegeven door een btw-nultarief. De
    EC heeft Nederland aangesproken op de redactie van dit nultarief in de Wet OB 1968.
    Volgens de EC is de nationale wettelijke bepaling te ruim geformuleerd. In de huidige
    formulering is de vrijstelling gekoppeld aan zogenoemde zeeschepen, zonder dat
    daarbij de eis is gesteld dat die zeeschepen ook daadwerkelijk worden gebruikt voor
    de vaart op volle zee. Het kabinet onderschrijft deze opvatting van de Europese
    Commissie en stelt voor de bewoordingen van de desbetreffende bepalingen nader af te
    stemmen op die van de BTW-richtlijn 2006. De voorgestelde wettekst, de memorie van
    toelichting en de artikelsgewijze toelichting treft u hieronder aan.

  • In het Belastingplan 2018 wordt voorgesteld om de toepassing van het verlaagde
    btw-tarief voor geneesmiddelen wettelijk aan te scherpen door opname van de
    voorwaarde van een handelsvergunning zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet. Met deze
    aanscherping beoogt het kabinet de definitie van geneesmiddel voor de btw weer in
    overeenstemming te brengen met het doel van het verlaagde btw-tarief en de
    maatschappelijke opvatting over hetgeen een geneesmiddel is. Ook geeft de
    voorgestelde wettekst een duidelijke en uitvoerbare afbakening van geneesmiddelen ten
    opzichte van cosmetische, verzorgende en reinigende producten, waaronder tandpasta en
    zonnebrandmiddelen. De aanscherping leidt ertoe dat vanaf 1 januari 2018 alleen
    producten onder het verlaagde btw-tarief zullen vallen, die na goedkeuring van de
    daartoe bevoegde autoriteiten als geneesmiddel in de handel mogen worden gebracht. De
    voorgestelde tekst van Tabel I, post a.6, de memorie van toelichting en de
    artikelsgewijze toelichting treft u hieronder aan.

  • De Belastingdienst heeft het bekendgemaakt dat ondernemers die al een jaar lang geen
    btw hebben voldaan of in aftrek hebben gebracht, een vragenbrief zullen ontvangen.
    Gevraagd wordt onder meer naar de reden van de nihilaangiften en of gebruik wordt
    gemaakt van een bijzondere regeling. De Belastingdienst trekt het btw-nummer in als
    vóór 10 oktober geen reactie is ontvangen. Het volledige bericht van de
    Belastingdienst treft u hieronder aan.

  • De vaste commissie voor Financiën uit de Tweede Kamer heeft op 15 juni 2017 een
    aantal vragen en opmerkingen voorgelegd naar aanleiding van de brief van
    staatssecretaris Wiebes van Financiën van 29 mei 2017 over de aanpak van
    btw-(carrousel)fraude met telecommunicatiediensten. Deze vragen zijn onlangs door de
    staatssecretaris beantwoord. Hieruit blijkt onder meer dat deze fraude begin tweede
    kwartaal 2017 is geconstateerd en wordt gepleegd met de verkoop van belminuten. Tot
    nu toe is er sprake van een verlies van enkele miljoenen euro’s over het laatste
    kwartaal 2016 en 1e kwartaal 2017 samen. Het betreft met name
    telecommunicatiediensten die buiten de Europese Unie worden ingekocht en uiteindelijk
    via diverse ondernemersschakels in Nederland weer worden doorverkocht. Mede vanwege
    de vluchtige handel, het ontbreken van listingsverplichtingen bij transacties met
    derdelanden en het ontbreken van fysieke vervoersbewegingen zijn conventionele
    fraudebestrijdingsmiddelen niet afdoende gebleken. De volledige tekst van de reactie
    van staatssecretaris Wiebes treft u hieronder aan.