Hoofdstuk 27

Minerale brandstoffen, aardolie en distillatieproducten daarvan; bitumineuze stoffen; minerale was

1. Dit hoofdstuk omvat niet:

a. geïsoleerde chemisch welbepaalde organische verbindingen; deze uitzondering heeft geen betrekking op zuiver methaan en op zuiver propaan, die onder post 27.11 worden ingedeeld;

b. geneesmiddelen bedoeld bij de posten 30.03 en 30.04;

c. gemengde onverzadigde koolwaterstoffen bedoeld bij de posten 33.01, 33.02 en 38.05.

2. De uitdrukkingen 'aardolie' en 'olie uit bitumineuze mineralen', die gebezigd zijn in de tekst van post 27.10, worden geacht niet alleen betrekking te hebben op aardolie en op olie uit bitumineuze mineralen, doch eveneens op soortgelijke olie en op hoofdzakelijk uit gemengde onverzadigde koolwaterstoffen bestaande olie, waarin het gewicht van de niet-aromatische bestanddelen dat van de aromatische bestanddelen overtreft, ongeacht de wijze waarop deze producten zijn verkregen.

Deze uitdrukkingen hebben echter geen betrekking op vloeibare synthetische polyolefinen, die voor minder dan 60% van hun volume overdistilleren bij 300 ºC, herleid tot een druk van 1.013 millibar met toepassing van een lagedrukdistillatiemethode (hoofdstuk 39).

3. Voor de toepassing van post 27.10 worden als 'afvalolie' aangemerkt, afvalstoffen die hoofdzakelijk aardolie of olie uit bitumineuze mineralen bevatten (zoals omschreven in aantekening 2 op dit hoofdstuk), ook indien gemengd met water. Tot deze afvalstoffen behoren onder meer:

a) olie die niet langer geschikt is voor zijn oorspronkelijk gebruik (bijvoorbeeld afgewerkte smeerolie, afgewerkte hydraulische olie en afgewerkte transformatorolie);

b) slib afkomstig uit opslagtanks van aardolie, dat hoofdzakelijk dergelijke olie bevat en een hoge concentratie additieven (bijvoorbeeld chemicaliën) van de soort gebruikt bij het vervaardigen van primaire producten;

c) oliën in de vorm van emulsies in water of van mengsels met water, zoals die afkomstig van het lekken van olie, van het reinigen van opslagtanks of van het gebruik van boor-, draai-, of snijoliën bij machinale bewerkingen.

AANVULLENDE AANTEKENINGEN

1. Voor de toepassing van onderverdeling 27.01.11 wordt als 'antraciet' aangemerkt, steenkool met een gehalte aan vluchtige stoffen (berekend op het droge, mineraalvrije product) van niet meer dan 14%.

2. Voor de toepassing van onderverdeling 27.01.12, wordt als 'bitumineuze steenkool' aangemerkt, steenkool met een gehalte aan vluchtige stoffen (berekend op het droge, mineraalvrije product) van meer dan 14% en met een calorische waarde (berekend op het vochtige, mineraalvrije product) van 5.833 kcal/kg of meer.

3. Voor de toepassing van de onderverdelingen 27.07.10, 27.07.20, 27.07.30 en 27.07.40 worden als 'benzol (benzeen)', 'toluol (tolueen)', 'xylol (xylenen)' aangemerkt, producten die respectievelijk meer dan 50 gewichtspercenten benzeen, tolueen, xyleen of naftaleen bevatten.

4. Voor de toepassing van onderverdeling 2710 12 worden als „lichte oliën en preparaten' aangemerkt, de oliën en preparaten die, distillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 90 % van hun volume overdistilleren bij 210 °C, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405, die gelijkwaardig is aan de methode ASTM D 86.

5. Voor de toepassing van de onderverdelingen bedoeld bij post 27.10 wordt als ‘biodiesel' aangemerkt monoalkylesters van vetzuren van de soorten die als brandstof worden gebruikt, verkregen uit dierlijke of plantaardige vetten en oliën, ook indien gebruikt.

 

AANVULLENDE AANTEKENING (GN)

(Noot: Tenzij anders aangegeven wordt onder 'methode' de laatste versie verstaan van de determinatiemethoden die door de Europese Commissie voor Normalisatie, de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) of de American Society for Testing and Materials (ASTM) zijn aanvaard.)

1. Voor de toepassing van onderverdeling 2707 9980 worden als ‘fenolen' aangemerkt, producten die meer dan 50 gewichtspercenten fenolen bevatten.

2. Voor de toepassing van post 27.10 worden aangemerkt als:

a. ‘speciale lichte oliën' (onderverdelingen 2710 1221 en 2710 1225): de lichte oliën omschreven onder aanvullende aante-kening (GN) 4 op dit hoofdstuk, die geen antiklopmiddelen bevatten en waarvan het verschil tussen de temperatuur waarbij, distillatieverliezen inbegrepen, 5% van hun volume overdistilleert, en de temperatuur waarbij, distillatieverliezen inbegre¬pen, 90% van hun volume overdistilleert, niet meer bedraagt dan 60 °C;

b. ‘white spirit' (onderverdeling 2710 1221): de onder a hiervoor bedoelde speciale lichte oliën, waarvan het ontvlammings-punt, bepaald volgens de methode EN ISO 13736, boven 21 °C ligt;

c. ‘halfzware oliën' (onderverdelingen 2710 1911 tot en met 2710 1929): de oliën en preparaten die, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 90% bij 210 °C en voor ten minste 65% bij 250 °C van hun volume overdistilleren, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86);

d. 'zware oliën' (onderverdelingen 2710 1931 tot en met 2710 1999 en 2710 2011 tot en met 2710 2090): de oliën en preparaten die, distillatieverliezen inbegre¬pen, voor minder dan 65% van hun volume overdistilleren bij 250 °C, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86), of waarvan het distillatiepercentage bij 250 °C volgens deze methode niet kan worden vastgesteld;
 

e. ‘gasolie' (onderverdelingen 2710 1931 tot en met 2710 1948 en 2710 2011 tot en met 2710 2019): de onder d hiervoor bedoelde zware oliën die, distillatieverliezen inbegrepen, voor ten minste 85% van hun volume overdistilleren bij 350 °C, een en ander bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86);

f. 'stookolie' (onderverdelingen 2710 1951 tot en met 2710 1968 en 2710 2031 tot en met 2710 2039): de onder d hiervoor bedoelde zware oliën, andere dan gasolie, bedoeld onder e hiervoor, die gelet op de kleur na verdunning (K) een viscositeit (V) hebben, welke

- hetzij gelijk is aan of lager is dan de waarden van regel I van onderstaande tabel, indien het gehalte aan sulfaatas, bepaald volgens de methode ISO 3987, minder bedraagt dan 1 % en indien het verzepingsgetal, bepaald volgens de methode ISO 6293-1 of ISO 6293-2, lager is dan 4 (behalve wanneer het product één of meer biocomponenten bevat, in welk geval de vereiste in dit streepje dat het verzepingsgetal lager moet zijn dan 4, niet van toepassing is);

- hetzij hoger is dan de waarden van regel II van onderstaande tabel, indien het vloeipunt, bepaald volgens de methode ASTM D 97, 10 °C of meer bedraagt;

- hetzij ligt tussen de waarden vermeld in de regels I en II van onderstaande tabel of gelijk is aan de waarden van regel II van die tabel, indien zij, voor ten minste 25% van hun volume overdistilleren bij 300 °C, bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86) of, indien zij voor minder dan 25% van hun volume overdistilleren bij 300 °C, wanneer hun vloeipunt, hoger is dan minus 10 °C; bepaald volgens de methode ISO 3016; dit is uitsluitend van toepassing op oliën met een kleur na verdunning (K) die lager is dan 2.

Onder „biocomponenten' worden dierlijke of plantaardige vetten, dierlijke of plantaardige oliën of monoalkylesters van vetzuren (FAMAE) verstaan.

Vergelijkingstabel kleur na verdunning (K) / viscositeit (V)

Kleur (K) : 0; Viscositeit (V) regel I : 4; regel II : 7.

Kleur (K) : 0,5; Viscositeit (V) regel I : 4; regel II : 7.

Kleur (K) : 1; Viscositeit (V) regel I : 4; regel II : 7.

Kleur (K) : 1,5; Viscositeit (V) regel I : 5,4; regel II : 7.

Kleur (K) : 2; Viscositeit (V) regel I : 9; regel II : 9.

Kleur (K) : 2,5; Viscositeit (V) regel I : 15,1; regel II : 15,1.

Kleur (K) : 3; Viscositeit (V) regel I : 25,3; regel II : 25,3.

Kleur (K) : 3,5; Viscositeit (V) regel I : 42,4; regel II : 42,4.

Kleur (K) : 4; Viscositeit (V) regel I : 71,1; regel II : 71,1.

Kleur (K) : 4,5; Viscositeit (V) regel I : 119; regel II : 119.

Kleur (K) : 5; Viscositeit (V) regel I : 200; regel II : 200.

Kleur (K) : 5,5; Viscositeit (V) regel I : 335; regel II : 335.

Kleur (K) : 6; Viscositeit (V) regel I : 562; regel II : 562.

Kleur (K) : 6,5; Viscositeit (V) regel I : 943; regel II : 943.

Kleur (K) : 7; Viscositeit (V) regel I : 1580; regel II : 1580.

Kleur (K) : 7,5 en meer; Viscositeit (V) regel I : 2650; regel II : 2650.

Onder 'viscositeit (V)' wordt verstaan, de kinematische viscositeit bij 50 °C, uitgedrukt in 10-6 m2 s-1, bepaald volgens de methode EN ISO 3104.

Onder „kleur na verdunning (K)” wordt verstaan de kleur, bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500), die het product heeft verkregen na verdunning van één volume-eenheid met xyleen, tolueen of een ander geschikt oplosmiddel tot 100 volume-eenheden. De kleur moet dadelijk na de verdunning van het product worden bepaald

De kleur van de stookolie bedoeld bij de onderverdelingen 2710 1951 tot en met 2710 1968 en 2710 2031 tot en met 2710 2039 moet een natuurlijke zijn.

Deze onderverdelingen omvatten niet de onder d hiervoor bedoelde zware oliën waarvoor niet kan worden vastgesteld:

- hetzij het distillatiepercentage (nul wordt hierbij ook als een percentage beschouwd) bij 250 °C, bepaald volgens de methode ISO 3405 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 86);

- hetzij de kinematische viscositeit bij 50 °C, een en ander bepaald volgens de methode EN ISO 3104;

- hetzij de kleur na verdunning (K), bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500).

Deze producten worden ingedeeld onder de onderverdelingen 2710 1971 tot en met 2710 1999 of 2710 2090.

g. ‘bevat biodiesel' houdt in dat de producten van onderverdeling 2710 20 een minimumgehalte bevatten aan biodiesel, d.w.z. monoalkylesters van vetzuren (FAMAE) van de soort die als brandstof wordt gebruikt, van 0,5 volumepercent (bepaald volgens
de methoden EN 14078).

3. Voor de toepassing van post 27.12 wordt als ruwe vaseline (onderverdeling 27.12.1010) aangemerkt vaseline met een natuurlijke kleur van meer dan 4,5, bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500).

4. Voor de toepassing van onderverdelingen 27.12.9031 t/m 27.12.9039 worden als 'ruw' aangemerkt de producten:

a. met een oliegehalte van ten minste 3,5 gewichtspercent, indien de viscositeit bij 100 oC, bepaald volgens de methode EN ISO 3104, minder dan 9x10-6m2s-1 bedraagt; of

b. met een natuurlijke kleur van meer dan 3, bepaald volgens de methode ISO 2049 (gelijkwaardig met de methode ASTM D 1500), indien de viscositeit bij 100 ºC, bepaald volgens de methode ASTM D 445, ten minste 9x10-6m2s-1 bedraagt.

5. Onder 'aangewezen behandeling' in de zin van de posten 27.10 tot en met 27.12 worden de volgende bewerkingen verstaan:

a. vacuümdistillatie;

b. herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing;

c. kraken;

d. reforming;

e. extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen;

f. een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelingen: behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, met rokend zwavelzuur of met zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, van geactiveerde aarde, van actieve koolstof of van bauxiet;

g.polymeriseren;

h.alkyleren;

ij.isomeriseren;

k.uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27.10.1931 t/m 27.10.1999: ontzwavelen met gebruikmaking van waterstof, waardoor het zwavelgehalte van de behandelde producten met ten minste 85 % wordt ver-laagd (methode ASTM D 1 266-59 T);

l.uitsluitend voor de producten van post 27.10: ontparaffineren, anders dan door enkel filtreren;

m.uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27.10.1931 t/m 27.10.1999 : behandelen met waterstof, uitgezonderd ontzwavelen, waarbij de waterstof actief deelneemt aan een scheikundige reactie die, met behulp van een katalysator, onder een druk van meer dan 20 bar en bij een tempera-tuur van meer dan 250 ºC wordt teweeggebracht. Eindbehandeling met waterstof van smeeroliën bedoeld bij de onderverdelingen 27.10.1971 t/m 27.10.1999, die in het bijzonder ten doel heeft de kleur of de stabiliteit te verbeteren (bijvoorbeeld 'hydrofinishing' of ontkleuren), wordt daarentegen niet aangemerkt als een aangewezen behandeling;

n.uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27.10.1951 t/m 27.10.1968 : atmosferische distillatie, mits deze producten distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 30 % van hun volume overdistilleren bij 300ºC, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86. Wanneer deze producten, distillatieverliezen inbegrepen, voor 30 % of meer van hun volume overdistilleren bij 300 ºC, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86, worden de hoeveelheden producten, die eventueel bij de atmosferische distillatie worden verkregen en die vallen onder de onderverdelingen 27.10.1211 t/m 27.10.1290 of 27.10.1911 t/m 27.10.1929, onderworpen aan de rechten opgenomen bij onderverdelingen 27.10.1962 t/m 27.10.1968, berekend naar de soort en de waarde van de gebruikte producten en op basis van het nettogewicht van de verkregen producten. Deze bepaling is niet van toepassing op de verkregen producten, die bestemd zijn om, binnen een termijn van ten hoogste zes maanden en onder andere door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen, een aangewezen behandeling te ondergaan of om chemisch te worden verwerkt volgens een andere werkwijze dan een aangewezen behandeling;

o.uitsluitend voor de producten van de onderverdelingen 27.10.1971 t/m 27.10.1999 : behandelen met gebruikmaking van hoogfrequente glimontlading.

p.uitsluitend voor de producten van onderverdeling 27.12.9031: olieafscheiding door gefractioneerde kristallisatie.

Indien aan de vorengenoemde behandelingen op technische gronden een voorbehandeling moet voorafgaan, geldt de vrijstelling alleen voor de hoeveelheden producten die bestemd zijn om aan bovengenoemde aange-wezen behandelingen te worden onderworpen en deze behandelingen ook werkelijk ondergaan : de vrijstelling geldt eveneens voor de eventuele verliezen bij de voorbehandeling.

5.De hoeveelheden producten, die eventueel worden verkregen bij de chemische verwerking of bij de voorbehandeling, indien deze op technische gronden moet voorafgaan en welke vallen onder de posten 27.10 en 27.11 en de onderverdelingen 27.07.1010, 27.07.2010, 27.07.3010, 27.07.5010, 27.12.10, 27.12.20, 27.12.9031 t/m 27.12.9099, 27.13-.90 en 29.01.1010 worden onderworpen aan de rechten, opgenomen voor producten 'bestemd voor ander gebruik', berekend naar de soort en de waarde van de gebruikte producten en op basis van het nettogewicht van de verkregen producten. Deze bepaling is niet van toepassing op de onder de posten 27.10 t/m 27.12 vallende producten, indien deze bestemd zijn om, binnen een termijn van ten hoogste zes maanden en onder andere door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen, een aangewezen behandeling te onder-gaan of om opnieuw chemisch te worden verwerkt.

6. De hoeveelheden producten, die eventueel worden verkregen bij de chemische verwerking of bij de voorbehandeling, indien deze op technische gronden moet voorafgaan en welke vallen onder de posten 27.10 en 27.11 en de onderverdelingen 27.07.1000, 27.07.2000, 27.07.3000, 27.07.5000, 27.12.10, 27.12.20, 27.12.9031 t/m 27.12.9099 en 27.13.90 worden onderworpen aan de rechten, opgenomen voor producten 'bestemd voor ander gebruik', berekend naar de soort en de waarde van de gebruikte producten en op basis van het nettogewicht van de verkregen producten. Deze bepaling is niet van toepassing op de onder de posten 27.10 t/m 27.12 vallende producten, indien deze bestemd zijn om, binnen een termijn van ten hoogste zes maanden en onder andere door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen, een aangewezen behandeling te ondergaan of om opnieuw chemisch te worden verwerkt.