Hoofdstuk 77

Aanvullend douanerecht op producten van oorsprong uit de verenigde staten van amerika

AANVULLEND DOUANERECHT OP PRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

1. Aanvullend douanerecht op producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika

a. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2005

Bij Verordening (EG) nr. 673/2005 (PbEU L 110 van 30 april 2005) is met ingang van 1 mei 2005 een aanvullend douane¬recht ingesteld dat wordt geheven op de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (VS). Het aanvullende douanerecht bedraagt 15% van de douanewaarde en wordt geheven naast het conventionele douane¬recht (het algemeen geldende derde-landen-recht vermeld in de kolom ‘Algemeen’ in het Basistarief). Het aanvullend douane¬recht is van toepassing op de invoer van producten vallende onder de onderstaande GN-codes:

0710 4000 6103 4300 6204 6318
4820 1050 6104 6300 6204 6390
4820 1090 6203 4311 6204 6918
4820 3000 6203 4319 6204 6990
4820 5000 6203 4390 8705 1000
4820 9000 6204 6311 9003 1930

Het aanvullend douanerecht is niet van toepassing op:
1. producten waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening (30 april 2005) een invoervergunning met vrijstelling of verlaging van douanerechten is afgegeven;
2. producten waarvan kan worden aangetoond dat zij op de datum van toepassing van de verordening (1 mei 2005) reeds onderweg waren naar de Gemeenschap en waarvan de bestemming niet kan worden gewijzigd;
3. producten die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 918/83 met vrijstelling van rechten worden ingevoerd.

b. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2006

Bij Verordening (EG) nr. 632/2006 (PbEU L 111 van 25 april 2006) zijn met ingang van 1 mei 2006 acht GN-codes van bij¬lage II bij Verordening (EG) nr. 673/2005 overgebracht naar bijlage I bij die verordening. Dit heeft tot gevolg dat voor de producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika die onder bedoelde GN-codes vallen met ingang van 1 mei 2006 het aanvullend douanerecht van 15% van toepassing is. Deze maatregel betreft de volgende GN-codes:

4818 5000 6301 4090 8443 3910(a)
6301 3010 8443 3191(a) 8467 2199
6301 3090 8443 3199(a)  
6301 4010 8443 3291(a)  

(a) Per 1 januari 2007 zijn de GN-codes 9009 1100 en 9009 1200 vervangen door de GN-codes 8443 3191, 8443 3199, 8443 3291 en 8443 3910. Bij GN-code 8443 3199 is de maatregel beperkt tot Taric-code 8443 3199 10 met de omschrijving: waarbij de kopie rechtstreeks wordt verkregen (directe methode).

Het aanvullend douanerecht is niet van toepassing op:
1. producten waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening (25 april 2006) een invoervergunning met vrijstelling of verlaging van douanerechten is afgegeven;
2. producten waarvan kan worden aangetoond dat zij op de datum van toepassing van de verordening (1 mei 2006) reeds onderweg waren naar de Gemeenschap en waarvan de bestemming niet kan worden gewijzigd;
3. producten die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 918/83 met vrijstelling van rechten worden ingevoerd.

c. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2007

Bij Verordening (EG) nr. 409/2007 (PbEU L 100 van 17 april 2007) zijn met ingang van 1 mei 2007 tweeëndertig GN-codes van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 673/2005 overgebracht naar bijlage I bij die verordening. Dit heeft tot gevolg dat voor de producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika die onder bedoelde GN-codes vallen met ingang van 1 mei 2007 het aanvullend douanerecht van 15% van toepassing is. Deze maatregel betreft de volgende GN-codes:


4803 0031 6105 1000(a) 6106 1000(a) 6110 1190(a)
4818 2010(a) 6105 2010(a) 6110 1110(a) 6110 1210(a)
4818 3000 6105 2090(a) 6110 1130(a) 6110 1290(a)
6110 1910(a) 6110 3010(a) 6205 2000(a) 6403 1900(a)
6110 1990(a) 6110 3091(a) 6205 3000(a) 6404 1100(a)
6110 2010(a) 6110 3099(a) 6206 3000(a) 9403 7000(a)(b)
6110 2091(a) 6110 9010(a) 6206 4000(a) 9406 0011(a)
6110 2099(a) 6110 9090(a) 6402 1900(a) 9608 1010(a)


(a) Voor deze producten is vanaf 1 mei 2008 het aanvullend douanerecht (15%) niet meer van toepassing op grond van Ver¬ordening (EG) nr. 283/2008 (PbEU L 86 van 28 maart 2008).


(b) Taric-code 9403 7000 90.

Het aanvullend douanerecht is niet van toepassing op:
1. producten waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening (17 april 2007) een invoervergunning met vrijstelling of verlaging van douanerechten is afgegeven;
2. producten waarvan kan worden aangetoond dat zij op de datum van toepassing van de verordening (1 mei 2007) reeds onderweg waren naar de Gemeenschap en waarvan de bestemming niet kan worden gewijzigd;
3. producten die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 918/83 met vrijstelling van rechten worden ingevoerd.


d. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2008

Bij Verordening (EG) nr. 283/2008 (PbEU L 86 van 28 maart 2008) zijn met ingang van 1 mei 2008 dertig GN-codes ge-schrapt in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005. Het betreft de GN-codes die zijn vermeld in onderdeel ‘c. Aanvullende douanerecht ingaande 1 mei 2007’ (met uitzondering van de GN-codes 4803 0031 en 4818 3000). Dit heeft tot gevolg dat voor de producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika die onder bedoelde dertig GN-codes vallen met ingang van 1 mei 2008 het aanvullend douanerecht van 15% niet langer van toepassing is.
Het aanvullend douanerecht is vanaf 1 mei 2008 nog wel van toepassing voor producten vallende onder de volgende GN-codes:

0710 4000 4820 9000(a) 6204 6390 8443 3199(a)(b)
4803 0031(a) 6103 4300 6204 6918 8443 3291(a)
4818 3000(a) 6104 6300 6204 6990 8443 3910(a)
4818 5000(a) 6203 4311 6301 3010(a) 8467 2199(a)
4820 1050 6203 4319 6301 3090(a) 8705 1000
4820 1090(a) 6203 4390 6301 4010(a) 9003 1930
4820 3000(a) 6204 6311 6301 4090(a)  
4820 5000(a) 6204 6318 8443 3191(a)  

(a) Voor deze producten is vanaf 1 mei 2009 het aanvullend douanerecht (15%) niet meer van toepassing op grond van Ver¬ordening (EG) nr. 317/2009 (PbEU L 100 van 18 april 2009).


(b) Taric-code 8443 3199 10.


e. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2009

Bij Verordening (EG) nr. 317/2009 (PbEU L 100 van 18 april 2009) zijn met ingang van 1 mei 2009 zestien GN-codes ge-schrapt in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005. Het betreft de GN-codes waarbij voetnoot (a) is opgenomen en die zijn vermeld in onderdeel ‘d. Aanvullende douanerecht ingaande 1 mei 2008’. Dit heeft tot gevolg dat voor de producten van oor¬sprong uit de Verenigde Staten van Amerika die onder bedoelde zestien GN-codes vallen met ingang van 1 mei 2009 het aan¬vullend douanerecht van 15% niet langer van toepassing is.
Het aanvullend douanerecht is vanaf 1 mei 2009 nog wel van toepassing voor producten vallende onder de volgende GN¬-codes:
0710 4000 6203 4311 (a) 6204 6318 (a) 8705 1000
4820 1050 (a) 6203 4319 (a) 6204 6390 (a) 9003 1930 (b)
6103 4300 (a) 6203 4390 (a) 6204 6918 (a)  
6104 6300 (a) 6204 6311 (a) 6204 6990 (a)  

(a) Voor deze producten is vanaf 1 mei 2011 het aanvullend douanerecht (15%) niet meer van toepassing op grond van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 311/2011 (PbEU L 86 van 1 april 2011 – info: http://www.inenuitvoer.nl/ – webnummer: 2011-2733).


(b) Taric-code 9003 1900 10 per 1 januari 2011.


f. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2010

Bij Verordening (EU) nr. 305/2010 (PbEU L 94 van 15 april 2010) zijn met ingang van 1 mei 2010 de onderstaande negentien GN-codes van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 673/2005 overgebracht naar bijlage I bij die verordening.
Dit heeft tot gevolg dat voor de producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika die onder de bedoelde negentien GN-codes vallen met ingang van 1 mei 2010 tevens het aanvullend douanerecht van 15% van toepassing is. Deze maatregel betreft de volgende GN-codes (zie voor overgangsbepalingen het vermelde na deze codes):

6101 3010 (a) 6201 1210 (a) 6201 9300 (a) 6204 4300 (a)
6101 3090 (a) 6201 1290 (a) 6202 1100 (a) 6204 4400 (a)
6102 3010 (a) 6201 1310 (a) 6202 9300 (a) 6204 4910 (a)
6102 3090 (a) 6201 1390 (a) 6203 4231 (a) 9406 0038 (a)
6104 4300 (a) 6201 9200 (a) 6204 4200 (a)

(a) Voor deze producten is vanaf 1 mei 2011 het aanvullend douanerecht (15%) niet meer van toepassing op grond van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 311/2011 (PbEU L 86 van 1 april 2011 – info: http://www.inenuitvoer.nl/ – webnummer: 2011-2733).


g. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2011

1. Vervallen GN-codes

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 311/2011 (PbEU L 86 van 1 april 2011 – info: http://www.inenuitvoer.nl/ – webnummer: 2011-2733) zijn met ingang van 1 mei 2011 de onderstaande dertig GN-codes verwijderd uit bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005. 
Dit heeft tot gevolg dat voor de producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika die onder de bedoeld dertig GN-codes vallen vanaf 1 mei 2011 het aanvullend douanerecht van 15% niet meer van toepassing is. Het betreft de GN-codes waarbij voetnoot (a) is opgenomen en die zijn vermeld in de onderdelen ‘e. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2009’ en ‘d. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2010’:

4820 1050 6201 1310 6204 4200
6101 3010 6201 1390 6204 4300
6101 3090 6201 9200 6204 4400
6102 3010 6201 9300 6204 4910
6102 3090 6202 1100 6204 6311
6103 4300 6202 9300 6204 6318
6104 4300 6203 4231 6204 6390
6104 6300 6203 4311 6204 6918
6201 1210 6203 4319 6204 6990
6201 1290 6203 4390 9406 0038
  
2. GN-codes waarbij het aanvullend douanerecht vanaf 1 mei 2011 nog van toepassing is

Alleen voor producten vallende onder de onderstaande Taric-codes en van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika blijft het aanvullend douanerecht (15%) vanaf 1 mei 2011 nog van toepassing:


h. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2012

Alleen voor producten vallende onder de onderstaande Taric-codes en van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika blijft het aanvullend douanerecht vanaf 1 mei 2012 nog van toepassing; het aanvullend douanerecht is m.i.v. genoemde datum echter verlaagd tot 6% (was 15%): 

 

i. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2013

Voor producten vallende onder de onderstaande Taric-codes en van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika blijft het aanvullend douanerecht vanaf 1 mei 2013 nog van toepassing; het aanvullend douanerecht is m.i.v. genoemde datum echter verhoogd tot 26% (was vanaf 1 mei 2012 verlaagd van 15% naar 6%).


Het aanvullende douanerecht is niet van toepassing op producten vallende onder GN-code 6204 6231:
- waarvoor vóór de datum van inwerkingtreding (= 18 april 2013) van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 349/2013 (PbEU L 108 van 18 april 2013) een invoervergunning met vrijstelling of verlaging van douanerechten is afgegeven;
- waarvan kan worden aangetoond dat zij op de datum van toepassing van de verordening (= 1 mei 2013) reeds onderweg waren naar de Europese Unie of zich in tijdelijke opslag in een vrije zone of een vrij entrepot bevonden of onder een opschortende regeling in de zin van artikel 84, lid 1, onder a, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (Communautair douanewetboek) zijn geplaatst en waarvan de bestemming niet kan worden gewijzigd.

j. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2014
Voor producten vallende onder de onderstaande Taric-codes en van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika blijft het aanvullend douanerecht vanaf 1 mei 2014 nog van toepassing; het aanvullend douanerecht is m.i.v. genoemde datum verlaagd naar 0,35% (was vanaf 1 mei 2013 26%):


k. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2015
Voor producten vallende onder de onderstaande Taric-codes en van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika blijft het aanvullend douanerecht vanaf 1 mei 2015 van toepassing; het aanvullend douanerecht is m.i.v. genoemde datum verhoogd naar 1,5% (was vanaf 1 mei 2014 0,35%):

 

l. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2016
Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2016 gewijzigd naar 0,45%.

 

m. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2017
Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2017 gewijzigd naar4,3%. Het betreft de volgende producten waarop het aanvullend recht van toepassing is:

0710400020 maiskolven (Zea Mays Saccharata), ook indien gesneden, met een diameter van 10 mm of meer maar niet meer dan 20 mm,

bestemd voor gebruik bij de vervaardiging van producten van de levensmiddelenindustrie, om een andere behandeling te ondergaan dan het enkel opnieuw verpakken

0710400090 andere

6204623110 volgens het 'batik'-procédé met de hand bedrukt

6204623190 andere

8705100000 kraanauto's

9003190020 bestemd om te worden gebruikt bij de vervaardiging van glas voor het verbeteren van de gezichtsscherpte

9003190030 andere

n. Aanvullend douanerecht ingaande 1 mei 2018Het aanvullend douanerecht is m.i.v. 1 mei 2018 gewijzigd naar 0,3% (was vanaf 1 mei 2017 4,3%). De producten waarop de aanvullende rechten worden toepast, zijn ongewijzigd.


2. Oorsprong
De oorsprong van elk product waarop de verordening van toepassing is, wordt vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van
Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (CDW).


3. t/m 5. Gereserveerd


6. Achtergrond

De wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft de Europese Unie toestemming gegeven sancties te treffen tegen de VS in het conflict over de wet voortzetting van dumping en handhaving van subsidie (Continued Dumping and Subsidy Offset Act (‘CDSOA’)). Deze wet bepaalt dat de in de VS tijdens het vorige boekjaar geïnde antidumping- en compenserende rechten ieder jaar moeten worden uitbetaald aan de ondernemingen die de klacht, die heeft geleid tot de antidumping- of anti- subsidiemaatregel, hebben ingediend of ondersteund.
Het Byrd-amendement geeft sinds 2000 de opbrengst van extra heffingen van de overheid op buitenlandse producten door aan Ame¬rikaanse bedrijven. Het gaat om heffingen op producten waarvan wordt vastgesteld dat ze tegen extreem lage prijzen gedumpt wor¬den op de Amerikaanse markt.

De WTO heeft de regeling herhaaldelijk veroordeeld als strijdig met de internationale handelsregels. De Amerikanen kregen tot
27 december 2004 de tijd het amendement in te trekken, maar hebben dat nog steeds niet gedaan.

De EU had bij de klacht de steun van Brazilië, Canada, Chili, India, Japan, Mexico en Zuid-Korea. Ook deze landen mogen nu sancties treffen in de vorm van strafheffingen op Amerikaanse producten. De WTO heeft bepaald dat die 72 procent mogen belopen van het geld dat op basis van het Byrd-amendement naar Amerikaanse bedrijven is gegaan. Tot nu toe is dat om¬streeks zevenhonderd miljoen dollar (580 miljoen euro).

De EU heeft besloten met ingang van 1 mei 2005 sancties in te instellen. De Raad zal de verordening echter intrekken zodra de VS de aanbevelingen van het orgaan voor geschillenbeslechting (DSB) van de WTO volledig hebben uitgevoerd.

Wanneer de VS volharden en het besluit en de aanbeveling van de DSB niet uitvoeren, zal de Commissie van de EG het niveau van de schorsing jaarlijks aanpassen aan de mate waarin de voordelen voor de Gemeenschap op dat moment door de CDSOA worden te¬niet gedaan of uitgehold. De Commissie zal de hoogte van het aanvullende douanerecht of de lijst van producten die aan dit recht zijn onderworpen overeenkomstig de criteria en procedures van de basisverordening van de Raad aanpassen.

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 311/2011 (PbEU L 86 van 1 april 2011 – info: http://www.inenuitvoer.nl/ – webnummer: 2011-2733) zijn per 1 mei 2011 dertig GN-codes waarbij een aanvullend douanerecht van 15% van toepassing was, geschrapt van de lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005; voor die producten is het aanvullend douanerecht vanaf 1 mei 2011 niet langer van toepassing (zie punt 1, onder g).
In genoemde uitvoeringsverordening is overwogen:


-  Aangezien de Verenigde Staten er niet in zijn geslaagd de Continued Dumping and Subsidy Offset Act (CDSOA — Wet betreffende compensatie voor voortzetting van dumping en handhaving van subsidie) in overeenstemming te brengen met hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), wordt ingevolge Verordening (EG) nr. 673/2005 met ingang van 1 mei 2005 een aanvullend ad-valoremrecht van 15 % geheven op de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika. Conform de door de WTO verleende machtiging om tariefconcessies aan de Verenigde Staten te schorsen, past de Commissie de mate van deze schorsing jaarlijks aan aan de mate waarin de voordelen voor de Gemeenschap op dat moment door de CDSOA worden tenietgedaan of uitgehold.

-  De uitbetalingen in het kader van de CDSOA tijdens het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn, hebben betrekking op antidumping- of antisubsidierechten die in de loop van het boekjaar 2010 (1 oktober 2009 - 30 september 2010) werden geïnd. Aan de hand van gegevens die zijn gepubliceerd door de Customs and Border Protection van de Verenigde Staten, is de mate waarin voor de Europese Unie voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, berekend op 9,96 miljoen USD.

-  Gezien de afname van de mate waarin voordelen voor de Gemeenschap werden tenietgedaan of uitgehold, en dus ook van de mate van schorsing, moeten de 19 producten van bijlage II die in 2010 aan de lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005 zijn toegevoegd, eerst van die lijst worden geschrapt. Elf producten van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005 moeten vervolgens van de lijst van bijlage I bij die verordening worden geschrapt in de volgorde van die lijst.

-  Een aanvullend ad-valoremrecht van 15 % op uit de Verenigde Staten ingevoerde producten van de gewijzigde bijlage I vertegenwoordigt voor een periode van één jaar een handelswaarde van niet meer dan 9,96 miljoen USD.

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 308/2012 (PbEU L 102 van 12 april 2012 – info: http://www.inenuitvoer.nl/ – webnummer: 2012-678) is per 1 mei 2012 voor de nog resterende (3 GN-codes) het aanvullend douanerecht van 15% verlaagd tot 6% (zie punt 1, onder h).
In genoemde uitvoeringsverordening is overwogen:

- Aangezien de Verenigde Staten er niet in zijn geslaagd de Continued Dumping and Subsidy Offset Act (CDSOA — wet betreffende compensatie voor voortzetting van dumping en handhaving van subsidie) in overeenstemming te brengen met hun verplichtingen uit hoofde van de WTO- overeenkomsten, wordt ingevolge Verordening (EG) nr. 673/2005 met ingang van 1 mei 2005 een aanvullend ad-valoremrecht van 15% geheven op de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika. Conform de door de WTO verleende machtiging om tariefconcessies aan de Verenigde Staten te schorsen, past de Commissie de mate van deze schorsing jaarlijks aanpassen aan de mate waarin de voordelen voor de Europese Unie op dat moment door de CDSOA worden tenietgedaan of uitgehold.

- De uitbetalingen in het kader van de CDSOA voor het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn, hebben betrekking op antidumping- of antisubsidierechten die in de loop van het boekjaar 2011 (1 oktober 2010-30 september 2011) werden geïnd. Aan de hand van gegevens die zijn gepubliceerd door de Customs and Border Protection van de Verenigde Staten, is de mate waarin voor de Unie voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, berekend op 3 241 000 USD.

- De mate waarin voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, is afgenomen en bijgevolg ook de mate van schorsing. De mate van deze schorsing kan echter niet worden aangepast aan de mate waarin voordelen werden tenietgedaan of uitgehold door producten aan de lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005 toe te voegen of uit die lijst te schrappen. Om het niveau van de schorsing aan te passen aan de mate waarin voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, moet de Commissie in overeenstemming met artikel 3, lid 1, onder e, van die verordening bijgevolg de lijst van producten in bijlage I ongewijzigd laten en de hoogte van het aanvullend recht wijzigen. De drie in bijlage I genoemde producten moeten daarom op de lijst blijven staan en de hoogte van het aanvullend invoerrecht moet worden gewijzigd en moet worden vastgesteld op 6%.

- Een aanvullend ad-valoremrecht van 6% op uit de Verenigde Staten ingevoerde producten van bijlage I vertegenwoordigt voor een periode van één jaar een handelswaarde die het bedrag van 3 241 000 USD niet overschrijdt.

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 349/2013 (PbEU L 108 van 18 april 2013 - info: www.inenuitvoer.nl - ) is per 1 mei 2013 voor de nog resterende (3 GN-codes) het aanvullend douanerecht van 6% verhoogd tot 26% en is een nieuwe GN-code toegevoegd (zie punt 1, onder i).
In genoemde uitvoeringsverordening is overwogen:

-  Aangezien de Verenigde Staten er niet in zijn geslaagd de Continued Dumping and Subsidy Offset Act (CDSOA - Wet betreffende compensatie voor voortzetting van dumping en handhaving van subsidie) in overeenstemming te brengen met hun verplichtingen uit hoofde van de WTO-overeenkomsten, wordt ingevolge Verordening (EG) nr. 673/2005 met ingang van 1 mei 2005 een aanvullend ad-valoremrecht van 15% geheven op de invoer van bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika. Conform de door de WTO verleende machtiging om tariefconcessies aan de Verenigde Staten te schorsen, moet de Commissie de mate van deze schorsing jaarlijks aanpassen aan de mate waarin de voordelen voor de Europese Unie op dat moment door de CDSOA worden tenietgedaan of uitgehold.

-  De CDSOA-uitbetalingen voor het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn, hebben betrekking op de verdeling van de antidumping- of antisubsidierechten die werden geïnd in de loop van het boekjaar 2012 (1 oktober 2011 - 30 september 2012) en op de aanvullende verdeling voor 2012 van antidumping- of antisubsidierechten die respectievelijk in de boekjaren 2006, 2007, 2008, 2009 en 2010 werden ingehouden. Aan de hand van gegevens die zijn gepubliceerd door de Customs and Border Protection van de Verenigde Staten, is de mate waarin voor de Unie voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, berekend op 60 774 402 USD.

-  Gezien de toename van de mate waarin voordelen voor de Gemeenschap werden tenietgedaan of uitgehold, en dus ook van de mate van schorsing, moet het laatste product van de lijst in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 673/2005 worden toegevoegd aan de lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005. De mate van de schorsing kan echter niet worden aangepast aan de mate waarin voordelen werden tenietgedaan of uitgehold door producten aan de lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005 toe te voegen of uit die lijst te schrappen. Om de mate van schorsing aan te passen aan de mate waarin voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, moet de Commissie in overeenstemming met artikel 3, lid 1, onder e, van die verordening bijgevolg de hoogte van het aanvullend recht wijzigen. Daarom moeten de vier in bijlage I genoemde producten op de lijst blijven staan en moet de hoogte van het aanvullend invoerrecht worden gewijzigd en worden vastgesteld op 26%.

-  Een aanvullend ad-valoremrecht van 26% op uit de Verenigde Staten ingevoerde producten van bijlage I vertegenwoordigt, berekend over één jaar, een handelswaarde die het bedrag van 60 774 402 USD niet overschrijdt.
 

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 303/2014 (PbEU L 90 van 26 maart 2013 - info: www.inenuitvoer.nl -) is per 1 mei 2014 voor 4 GN-codes het aanvullend douanerecht van 26% verlaagd naar 0,35% (zie punt 1, onder i). In genoemde uitvoeringsverordening is overwogen:

- De uitbetalingen in het kader van de CDSOA voor het meest recente jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn, hebben betrekking op antidumping- of antisubsidierechten die in de loop van het begrotingsjaar 2013 (1 oktober 2012-30 september 2013) werden geïnd. Aan de hand van gegevens die zijn gepubliceerd door de Customs and Border Protection van de Verenigde Staten, is de mate waarin voor de Unie voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, berekend op 872685 USD.

- De mate waarin voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, is afgenomen en bijgevolg ook de mate van schorsing. De mate van de schorsing kan echter niet worden aangepast aan de mate waarin voordelen werden teniet­ gedaan of uitgehold door producten aan de lijst in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 673/2005 toe te voegen of uit die lijst te schrappen. Om het niveau van de schorsing aan te passen aan de mate waarin voordelen werden tenietgedaan of uitgehold, moet de Commissie in overeenstemming met artikel 3, lid 1, onder e), van die verordening bijgevolg de lijst van producten in bijlage I ongewijzigd laten en de hoogte van het aanvullend recht wijzigen. De drie in bijlage I genoemde producten moeten daarom op de lijst blijven staan en de hoogte van het aanvullend invoerrecht moet worden gewijzigd en moet worden vastgesteld op 0,35 %.

- Een aanvullend ad-valoremrecht van 0,35 % op uit de Verenigde Staten ingevoerde producten van bijlage I vertegenwoordigt, berekend over één jaar, een handelswaarde die het bedrag van 872 685 USD niet overschrijdt.


7. Eventuele toekomstige maatregelen

In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 673/2005 zijn de navolgende bepalingen opgenomen met betrekking tot de aanpassing van de sanctiemaatregelen:
1. De Commissie van de EG past het niveau van de schorsing jaarlijks aan de mate waarin de voordelen voor de Gemeenschap op dat moment door de CDSOA worden teniet gedaan of uitgehold aan. Voor de aanpassing van de hoogte van het aanvullend recht of de lijst van producten in bijlage I (zie punt 1 hiervoor) door de Commissie geldt het volgende:
a. De mate van tenietdoening of uitholling is gelijk aan 72% van het bedrag van de uitbetalingen in verband met de anti-dumping- en antisubsidierechten, die in het meest recente jaar, waarvoor op dat moment door de autoriteiten van de Ve¬renigde Staten gepubliceerde gegevens beschikbaar zijn, zijn gedaan voor invoer uit de Gemeenschap.
b. De wijziging dient ervoor te zorgen dat het aanvullend douanerecht op de invoer van de geselecteerde producten uit de Verenigde Staten op jaarbasis, een handelswaarde vertegenwoordigt die de mate van tenietdoening of uitholling niet overschrijdt.
c. Met uitzondering van de omstandigheden als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder e, voegt de Commissie producten toe aan de lijst in bijlage I wanneer het niveau van de schorsing toeneemt. Deze producten worden geselecteerd uit de lijst in Bij¬lage II (zie punt 4 hierna) in de volgorde op die lijst.
d. Met uitzondering van de omstandigheden als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder e, schrapt de Commissie producten van de lijst in bijlage I wanneer het niveau van de schorsing afneemt. De Commissie schrapt eerst de producten die op de lijst in Bijlage II stonden en in een later stadium werden toegevoegd aan de lijst in Bijlage I. De Commissie schrapt vervolgens de producten die op de lijst in Bijlage I stonden, in de volgorde van de lijst.
e. De Commissie wijzigt de hoogte van het aanvullend recht wanneer het niveau van de schorsing niet kan worden aange¬past aan de mate van tenietdoening of uitholling door het toevoegen of schrappen van producten van de lijst in bijlage I.
2. Wanneer producten worden toegevoegd aan de lijst in bijlage I, zal de Commissie tevens de lijst in bijlage II wijzigen door die producten van de lijst in bijlage II te schrappen. De volgorde van de producten die op de lijst in bijlage II blijven staan, wordt niet gewijzigd.
3. De besluiten uit hoofde van dit artikel worden genomen overeenkomstig de procedure van artikel 4, lid 2, van de verordening.
4. Lijst van producten, aangeduid door de GN-codes waaronder zij worden ingedeeld, ten aanzien waarvan de sanctiemaatregelen kunnen worden getroffen (deze lijst is opgenomen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 673/2005):

6301 4010(a) 6110 9010(b) 6110 3099(b) 6206 3000(b)
6301 3010(a) 6110 1910(b) 6110 2099(b) 6105 1000(b)
6301 3090(a) 6110 1990(b) 6110 2091(b) 6205 2000(b)
6301 4090(a) 6110 1210(b) 9608 1010(b) 9406 0011(b)
4818 5000(a) 6110 1110(b) 6402 1900(b) 9406 0038(d)
9009 1100(a) 6110 3010(b) 6404 1100(b) 6101 3010(d)
9009 1200(a) 6110 1290(b) 6403 1900(b) 6102 3010(d)
8467 2199(a) 61102010(b) 6105 2090(b) 6201 1210(d)
4803 0031(b) 6110 1130(b) 6105 2010(b) 6201 1310(d)
4818 2010(b) 6110 1190(b) 6106 1000(b) 6102 3090(d)
4818 3000(b) 6110 9090(b) 6206 4000(b) 6201 9200(d)
9403 7090(b)(c) 6110 3091(b) 6205 3000(b) 6101 3090(d)
6202 9300(d) 6201 9300(d) 6104 4300(d) 6204 4300(d)
6202 1100(d) 6201 1290(d) 6204 4910(d) 6203 4231(d)
6201 1390(d) 6204 4200(d) 6204 4400(d) 6204 6231 (e)


(a) Deze GN-codes zijn bij Verordening (EG) nr. 632/2006 (PbEU L 111 van 25 april 2006) overgebracht naar bijlage I van Verordening (EG) nr. 673/2005. Als gevolg daarvan is met ingang van 1 mei 2006 voor producten vallende onder deze GN-codes het aanvullend douanerecht van 15% van toepassing.
 Per 1januari2007 zijn de GN-codes 9009 1100 en 9009 1200 vervangen door de GN-codes 8443 3191, 8443 3199, 8443 3291 en 8443 3910. Bij GN-code 8443 3199 is de maatregel beperkt tot Taric-code 8443 3199 10 met de omschrijving: waarbij de kopie rechtstreeks wordt verkregen (directe methode).

(b) Deze GN-codes zijn bij Verordening (EG) nr. 409/2007 (PbEU L 100 van 17 april 2007) overgebracht naar bijlage I van Verordening (EG) nr. 673/2005. Als gevolg daarvan is met ingang van 1 mei 2007 voor producten vallende onder deze GN-codes het aanvullend douanerecht van 15% van toepassing.

(c) Per 1 januari 2007 is GN-code 9403 7090 opgegaan in GN-code 9403 7000; de maatregel is beperkt tot Taric-code 9403 7000 90.

(d) Deze GN-codes zijn bij Verordening (EU) nr. 305/2010 (PbEU L 94 van 15 april 2010) overgebracht naar bijlage I van Verordening (EG) nr. 673/2005. Als gevolg daarvan is met ingang van 1 mei 2010 voor producten vallende onder deze GN-codes tevens het aanvullend douanerecht van 15% van toepassing

(e) Deze GN-code is bij Verordening (EU) nr. 349/2013 (PbEU L 108 van 18 april 2013) overgebracht naar bijlage I van Verordening (EG) nr. 673/2005. Als gevolg daarvan is met ingang van 1 mei 2013 voor producten vallende onder deze GN-code tevens het aanvullend douanerecht van 26% van toepassing.
Bij genoemde verordening zijn tevens alle GN-codes uit bijlage II van Verordening (EG) nr. 673/2005 verwijderd.

8. Vindplaats van Verordening (EG) nr. 673/2005 en van de verordeningen houdende wijziging van die verordening

Verordening (EG) nr. 673/2005 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2005-0598-INV) en in
In- en uitvoernieuws 2005, nr. 10, punt 322.
Verordening (EG) nr. 632/2006 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2006-0694-INV) en in
In- en uitvoernieuws 2006, nr. 10, punt 350.
Verordening (EG) nr. 409/2007 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2007-0653-ADT) en in
In- en uitvoernieuws 2007, nr. 10, punt 244; voor wat betreft de ontbrekende overgangsmaatregel voor onderweg zijnde goederen gewij¬zigd bij Verordening (EG) nr. 1024/2007 (PbEU L 231 van 4 september 2007, gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2007-1385-INV).
Verordening (EG) nr. 283/2008 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2008-0481-INV).
Verordening (EG) nr. 317/2009 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2009-0636-INV) en in
In- en uitvoernieuws 2009, nr. 9, punt 181.
Verordening (EU) nr. 305/2010 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2010-605).
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 311/2011 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2011-2733).
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 308/2012 is gepubliceerd op onze internetsite: http://www.inenuitvoer.nl/ (webnummer: 2012-678).

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 349/2013 is gepubliceerd op onze internetsite: www.inenuitvoer.nl (webnummer: 2013-525)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 303/2014 is gepubliceerd op onze internetsite: www.inenuitvoer.nl

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/886 van 20 juni 2018 (PbEU L 158 van 21 juni 2018) heeft de Commissie bepaalde handelspolitieke maatregelen gepubliceerd met betrekking tot bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.
De maatregelen betreffen de uitbreiding van reeds eerder genomen maatregelen en die daarmee leiden tot de wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/724. 

www.inenuitvoer.nl - zoekterm 2018/886
 

 

AANTEKENINGEN

 

1. Deze afdeling omvat niet:

 

a. verf, inkt en dergelijke producten, bereid met metaalpoeder of met metaalschilfers, alsmede stempelfoliën (posten 32.07 tot en met 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15);

 

b. ferrocerium en andere vonkende legeringen (post 36.06);

 

c. hoofddeksels en delen daarvan, van metaal, bedoeld bij de posten 65.06 en 65.07;

 

d. geraamten van paraplu's en andere artikelen bedoeld bij post 66.03;

 

e. producten bedoeld bij hoofdstuk 71 (bij voorbeeld legeringen van edele metalen, onedele metalen geplateerd met edele metalen, fancybijouterieën);

 

f. artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektronisch materieel);

 

g. sporen (post 86.08) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XVII (vervoermaterieel);

 

h. instrumenten en toestellen, bedoeld bij afdeling XVIII, veren voor uurwerken daaronder begrepen;

 

ij. hagel (post 93.06) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XIX (wapens en munitie);

 

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bij voorbeeld meubelen, matrassen, verlichtingstoestellen, lichtreclames, geprefabriceerde bouwwerken);

 

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bij voorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

 

m. handzeven, knopen, penhouders, vulpotloden, schrijfpennen, statieven met één, twee of drie poten en dergelijke artikelen, alsmede andere artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (diverse werken);

 

n. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 97 (bij voorbeeld kunstvoorwerpen).

 

2. In de nomenclatuur worden als 'delen voor algemeen gebruik' aangemerkt:

 

a. artikelen bedoeld bij de posten 73.07, 73.12, 73.15, 73.17 en 73.18, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen;

 

b. veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 91.14);

 

c. artikelen bedoeld bij de posten 83.01, 83.02, 83.08 en 83.10, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal bedoeld bij post 83.06.

 

Waar in de hoofdstukkken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 82 (behalve in post 73.15) 'delen' worden genoemd, slaat zulks niet op 'delen voor algemeen gebruik' in bovenbedoelde zin.

 

Met inachtneming van het bepaalde bij het voorgaande lid en bij aantekening 1 op hoofdstuk 83, zijn de artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 82 en 83 uitgezonderd van de hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81.

 

3. In de nomenclatuur worden als 'onedele metalen' aangemerkt : ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thalium.

 

4. In de nomenclatuur worden als 'cermets' aangemerkt producten bevattende een microscopische, heterogene samenstelling van een metallische component en een keramische component. De term 'cermets' omvat eveneens hardmetalen (gesinterde metaalcarbiden), zijnde metaalcarbiden gesinterd met een metaal.

 

5. Regels betreffende de legeringen (andere dan ferrolegeringen en toeslaglegeringen, omschreven in de hoofdstukken 72 en 74):

 

a. legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen van de legeringen overtreft;

 

b. legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV met elementen niet bedoeld bij afdeling XV worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen;

 

c. gesinterde mengsels van metaalpoeders, heterogene mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en intermetallische verbindingen, worden eveneens als legeringen aangemerkt.

 

6. Waar in de nomenclatuur een onedel metaal met name is genoemd, slaats zulks - voorzover niet anders is bepaald - eveneens op de legeringen, die op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor, als legeringen van dat metaal worden aangemerkt.

 

7. Regel betreffende de samengestelde artikelen:

 

Voorzover in de tekst van de posten niet anders is bepaald, worden werken van onedel metaal, die uit twee of meer onedele metalen samengesteld zijn, ingedeeld als werken van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen overtreft. Hetzelfde geldt ten aanzien van de werken die moeten worden aangemerkt als werken van onedel metaal.

 

Voor de toepassing van die regel worden:

 

a. gietijzer, ijzer en staal als een en hetzelfde metaal aangemerkt;

 

b. legeringen voor hun totaalgewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor volgen;

 

c. cermets bedoeld bij post 81.13 aangemerkt als een enkel onedel metaal.

 

8. In deze afdeling worden aangemerkt als:

 

a. resten en afval:

 

resten en afval, van metaal, verkregen bij de vervaardiging of de mechanische bewerking van metaal, alsmede werken van metaal die als zodanig definitief onbruikbaar zijn geworden door breuk, versnijden, slijtage of dergelijke;

 

b. poeder:

 

producten die voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan.