Hoofdstuk 74

Koper en werken van koper

 

AANTEKENING

 

1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 

a. geraffineerd koper:

 

metaal bevattende 99,85 of meer gewichtspercenten koper; en

 

metaal bevattende 97,5 of meer gewichtspercenten koper, voor zover het gehalte aan enig ander element de hierna opgenomen limiet niet overschrijdt:

 

Ag zilver : 0,25 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

As arsenicum: 0,5 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Cd cadmium : 1,3 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Cr chroom : 1,4 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Mg magnesium : 0,8 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Pb lood : 1,5 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

S zwavel : 0,7 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Sn tin : 0,8 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Te tellurium : 0,8 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Zn zink : 1 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

Zr zirkonium : 0,3 gehaltelimiet in gewichtspercenten;

 

andere elementen (bij voorbeeld Al, Be, Co, Fe, Mn, Ni, Si) : 0,3 gehaltelimiet in gewichtspercenten.

 

b. koperlegeringen:

 

metaal, ander dan niet-geraffineerd koper, waarin het gewichtspercentage koper dat van elk der andere elementen overtreft, voor zover:

 

1. het gehalte aan ten minste een van de andere elementen hoger is dan de limiet, opgenomen onder a., hiervoor; of

2. het totale gehalte aan deze andere elementen 2,5 gewichtspercenten overtreft;

 

c. toeslaglegeringen:

 

legeringen die naast andere elementen meer dan 10 gewichtspercenten koper bevatten, die praktisch niet vervormbaar zijn en gebruikt worden, hetzij als toeslag bij de vervaardiging van andere legeringen, hetzij als reductiemiddel, als ontzwavelingsmiddel of voor dergelijk gebruik in de non-ferrometallurgie. Fosforkoperverbindingen die meer dan 15 gewichtspercenten fosfor bevatten, vallen echter onder post 28.53;

 

d. staven:

 

niet opgerolde, massieve producten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek (daaronder begrepen 'afgeplatte cirkels' en 'gewijzigde rechthoeken', waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Producten met een rechthoekige, vierkante, driehoekige of veelhoekige dwarsdoorsnede mogen over de gehele lengte afgeronde hoeken hebben. Bij producten met een rechthoekige dwarsdoorsnede ('gewijzigde rechthoeken' daaronder begrepen) dient de dikte een tiende van de breedte te overtreffen. Als staven worden eveneens aangemerkt gegoten of gesinterde producten met dezelfde vormen en afmetingen, die verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd, voor zover bedoelde producten daardoor niet het karakter hebben verkregen van onder andere posten in te delen artikelen of werken.

 

Wire-bars en billets waarvan de uiteinden zijn aangepunt of op andere wijze zijn bewerkt, enkel om het inbrengen in de machines waarmede zij zullen worden verwerkt tot bij voorbeeld walsdraad of buizen te vergemakkelijken, worden evenwel als uw koper bedoeld, bij post 74.03 aangemerkt.

 

e. profielen:

 

gewalste, getrokken, geperste of gesmede producten, dan wel door buigen of vouwen verkregen producten, ook indien opgerold, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede, die niet beantwoorden aan de definities van staven, draad, platen, platen, bladen, strippen, buizen of pijpen. Als profielen worden eveneens aangemerkt, gegoten of gesinterde producten met dezelfde vormen, die verder zijn bewerkt dan enkel grof afgebraamd, voor zover bedoelde producten daardoor niet het karakter hebben verkregen van onder andere posten in te delen artikelen of werken;

 

f. draad:

opgerolde, massieve producten, gewalst, getrokken, geperst of gesmeed, met een over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek (daaronder begrepen 'afgeplatte cirkels' en 'gewijzigde rechthoeken', waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Producten met een rechthoekige, vierkante, driehoekige of veelhoekige dwarsdoorsnede mogen over de gehele lengte afgeronde hoeken hebben. Bij producten met een rechthoekige dwarsdoorsnede (?gewijzigde rechthoeken' daaronder begrepen) dient de dikte een tiende van de breedte te overtreffen.

 

g. platen, bladen en strippen:

massieve, platte producten (andere dan de ruwe producten bedoeld bij post 74.03), ook indien opgerold, met een rechthoekige dwarsdoorsnede (daaronder begrepen 'gewijzigde rechthoeken' waarvan twee tegen over elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn), ook indien met afgeronde hoeken, met gelijkblijvende dikte, en die:

- vierkant of rechthoekig zijn en waarvan de dikte een tiende van de breedte niet overtreft,

- anders dan vierkant of rechthoekig zijn, ongeacht de afmetingen, voor zover zij niet het karakter hebben van elders bedoelde artikelen of werken.

Onder de posten 74.09 en 74.10 blijven ingedeeld platen, bladen en strippen, voorzien van motieven (bijvoorbeeld groeven, ribbels, wafels, ruiten, druppels), dan wel geperforeerd, gegolfd, gepolijst of bekleed, voor zover zij door deze bewerkingen niet het karakter hebben verkregen van elders bedoelde artikelen of werken;

 

h. buizen en pijpen:

holle producten, ook indien opgerold, waarvan de over de gehele lengte gelijke dwarsdoorsnede, met slechts één omsloten holte, de vorm heeft van een cirkel, een ovaal, een rechthoek, een vierkant, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek, en waarvan de wanden overal van gelijke dikte zijn. Als buizen en pijpen worden eveneens aangemerkt, producten met een dwarsdoorsnede in de vorm van een vierkant, een rechthoek, een gelijkzijdige driehoek of een regelmatige convexe veelhoek, die over de gehele lengte afgeronde hoeken mogen hebben, voor zover de dwarsdoorsnede aan binnen- en buitenzijde concentrisch is en dezelfde vorm en dezelfde oriëntatie heeft. De buizen en pijpen met de hiervoor vermelde dwarsdoorsneden mogen zijn gepolijst, bekleed, gebogen, van schroefdraad voorzien, uitgeboord, van gaten voorzien, vernauwd of verwijd, taps toelopend gemaakt of van flenzen, kragen of ringen voorzien.

 

 

AANVULLENDE AANTEKENING

1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a. koper-zinklegeringen (messing of geelkoper):

legeringen van koper en zink, ook indien met andere elementen. Indien andere elementen aanwezig zijn:

- overtreft het gewichtspercentage zink dat van elk van die andere elementen;

- is het eventuele nikkelgehalte lager dan 5 gewichtspercenten [(zie koper-nikkel-zinklegeringen (nieuw-zilver)];

- is het eventuele tingehalte lager dan 3 gewichtspercenten [(zie koper-tinlegeringen (brons)] ;

 

b. koper-tinlegeringen (brons):

legeringen van koper en tin, ook indien met andere elementen. Indien andere elementen aanwezig zijn, overtreft het gewichtspercentage tin dat van elk van die andere elementen. Indien echter het tingehalte 3 gewichtspercenten of hoger is mag het gehalte aan zink dat aan tin overtreffen, doch moet lager dan 10 gewichtspercenten zijn;

 

c. koper-nikkel-zinklegeringen (nieuwzilver):

legeringen van koper, nikkel en zink, ook indien met andere elementen. Het nikkelgehalte is 5 gewichtspercenten of hoger [(zie koper-zinklegeringen (messing of geelkoper)] ;

 

d. koper-nikkellegeringen:

legeringen van koper en nikkel, ook indien met andere elementen, maar in geen geval bevattende meer dan 1 gewichtspercent zink. Indien andere elementen aanwezig zijn overtreft het gewichtspercentage nikkel dat van elk van die andere elementen.

 

AANTEKENINGEN

 

1. Deze afdeling omvat niet:

 

a. verf, inkt en dergelijke producten, bereid met metaalpoeder of met metaalschilfers, alsmede stempelfoliën (posten 32.07 tot en met 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15);

 

b. ferrocerium en andere vonkende legeringen (post 36.06);

 

c. hoofddeksels en delen daarvan, van metaal, bedoeld bij de posten 65.06 en 65.07;

 

d. geraamten van paraplu's en andere artikelen bedoeld bij post 66.03;

 

e. producten bedoeld bij hoofdstuk 71 (bij voorbeeld legeringen van edele metalen, onedele metalen geplateerd met edele metalen, fancybijouterieën);

 

f. artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektronisch materieel);

 

g. sporen (post 86.08) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XVII (vervoermaterieel);

 

h. instrumenten en toestellen, bedoeld bij afdeling XVIII, veren voor uurwerken daaronder begrepen;

 

ij. hagel (post 93.06) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XIX (wapens en munitie);

 

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bij voorbeeld meubelen, matrassen, verlichtingstoestellen, lichtreclames, geprefabriceerde bouwwerken);

 

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bij voorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

 

m. handzeven, knopen, penhouders, vulpotloden, schrijfpennen, statieven met één, twee of drie poten en dergelijke artikelen, alsmede andere artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (diverse werken);

 

n. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 97 (bij voorbeeld kunstvoorwerpen).

 

2. In de nomenclatuur worden als 'delen voor algemeen gebruik' aangemerkt:

 

a. artikelen bedoeld bij de posten 73.07, 73.12, 73.15, 73.17 en 73.18, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen;

 

b. veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 91.14);

 

c. artikelen bedoeld bij de posten 83.01, 83.02, 83.08 en 83.10, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal bedoeld bij post 83.06.

 

Waar in de hoofdstukkken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 82 (behalve in post 73.15) 'delen' worden genoemd, slaat zulks niet op 'delen voor algemeen gebruik' in bovenbedoelde zin.

 

Met inachtneming van het bepaalde bij het voorgaande lid en bij aantekening 1 op hoofdstuk 83, zijn de artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 82 en 83 uitgezonderd van de hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81.

 

3. In de nomenclatuur worden als 'onedele metalen' aangemerkt : ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thalium.

 

4. In de nomenclatuur worden als 'cermets' aangemerkt producten bevattende een microscopische, heterogene samenstelling van een metallische component en een keramische component. De term 'cermets' omvat eveneens hardmetalen (gesinterde metaalcarbiden), zijnde metaalcarbiden gesinterd met een metaal.

 

5. Regels betreffende de legeringen (andere dan ferrolegeringen en toeslaglegeringen, omschreven in de hoofdstukken 72 en 74):

 

a. legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen van de legeringen overtreft;

 

b. legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV met elementen niet bedoeld bij afdeling XV worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen;

 

c. gesinterde mengsels van metaalpoeders, heterogene mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en intermetallische verbindingen, worden eveneens als legeringen aangemerkt.

 

6. Waar in de nomenclatuur een onedel metaal met name is genoemd, slaats zulks - voorzover niet anders is bepaald - eveneens op de legeringen, die op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor, als legeringen van dat metaal worden aangemerkt.

 

7. Regel betreffende de samengestelde artikelen:

 

Voorzover in de tekst van de posten niet anders is bepaald, worden werken van onedel metaal, die uit twee of meer onedele metalen samengesteld zijn, ingedeeld als werken van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen overtreft. Hetzelfde geldt ten aanzien van de werken die moeten worden aangemerkt als werken van onedel metaal.

 

Voor de toepassing van die regel worden:

 

a. gietijzer, ijzer en staal als een en hetzelfde metaal aangemerkt;

 

b. legeringen voor hun totaalgewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor volgen;

 

c. cermets bedoeld bij post 81.13 aangemerkt als een enkel onedel metaal.

 

8. In deze afdeling worden aangemerkt als:

 

a. resten en afval:

 

resten en afval, van metaal, verkregen bij de vervaardiging of de mechanische bewerking van metaal, alsmede werken van metaal die als zodanig definitief onbruikbaar zijn geworden door breuk, versnijden, slijtage of dergelijke;

 

b. poeder:

 

producten die voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan.