Hoofdstuk 72

Gietijzer, ijzer en staal

GIETIJZER, IJZER EN STAAL

 

 

AANTEKENINGEN

 

1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en, wat betreft de letters d, e en f, voor de toepassing van de nomenclatuur, worden aangemerkt als:

 

a. gietijzer:

 

ijzer-koolstoflegeringen, praktisch niet vervormbaar, met meer dan 2 gewichtspercenten koolstof en kunnende bovendien bevatten één of meer van de andere elementen, in de daarbij vermelde verhoudingen:

 

- niet meer dan 10 gewichtspercenten chroom,

- niet meer dan 6 gewichtspercenten mangaan,

- niet meer dan 3 gewichtspercenten fosfor,

- niet meer dan 8 gewichtspercenten silicium,

- niet meer dan 10 gewichtspercenten andere elementen samen;

 

b. spiegelijzer:

 

ijzer-koolstoflegeringen bevattende meer dan 6 doch niet meer dan 30 gewichtspercenten mangaan, die voorts beantwoorden aan de definitie in aantekening 1, onder a;

 

c. ferrolegeringen:

 

legeringen in de vorm van gietelingen, blokken, klompen of in dergelijke primaire vormen, in vormen verkregen door continu-gieten, dan wel in de vorm van korrels of poeder, ook indien geagglomeerd, gewoonlijk gebruikt als toeslag bij de vervaardiging van andere legeringen, hetzij als reductiemiddel, ontzwavelingsmiddel of voor dergelijk gebruik in de ijzermetallurgie en die in het algemeen niet vervormbaar zijn, bevattende 4 of meer gewichtspercenten ijzer en één of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

 

- meer dan 10 gewichtspercenten chroom,

- meer dan 30 gewichtspercenten mangaan,

- meer dan 3 gewichtspercenten fosfor,

- meer dan 8 gewichtspercenten silicium,

- meer dan 10 gewichtspercenten andere elementen (andere dan koolstof) te zamen, voor zover het gehalte aan koper niet meer dan 10 gewichtspercenten bedraagt;

 

d. staal:

 

ferroproducten, andere dan bedoeld bij post 72.03, die (met uitzondering van bepaalde soorten in de vorm van gegoten producten) vervormbaar zijn en niet meer dan 2 gewichtspercenten koolstof bevatten. Chroomstaal mag evenwel een hoger koolstofgehalte bezitten;

 

e. roestvrij staal:

 

gelegeerd staal bevattende niet meer dan 1,2 gewichtspercent koolstof en 10,5 of meer gewichtspercenten chroom, met of zonder andere elementen;

 

f. ander gelegeerd staal:

 

staal dat niet beantwoordt aan de definitie van roestvrij staal, bevattende één of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

 

- 0,3 of meer gewichtspercenten aluminium,

- 0,0008 of meer gewichtspercenten boor (borium),

- 0,3 of meer gewichtspercenten chroom,

- 0,3 of meer gewichtspercenten kobalt,

- 0,4 of meer gewichtspercenten koper,

- 0,4 of meer gewichtspercenten lood,

- 1,65 of meer gewichtspercenten mangaan,

- 0,08 of meer gewichtspercenten molybdeen,

- 0,3 of meer gewichtspercenten nikkel,

- 0,06 of meer gewichtspercenten niobium,

- 0,6 of meer gewichtspercenten silicium,

- 0,05 of meer gewichtspercenten titaan,

- 0,3 of meer gewichtspercenten wolfraam,

- 0,1 of meer gewichtspercenten vanadium,

- 0,05 of meer gewichtspercenten zirkonium,

- 0,1 of meer gewichtspercenten andere elementen (andere dan zwavel, fosfor, koolstof en stikstof), voor ieder element afzonderlijk;

 

g. afvalingots van ijzer of van staal:

 

ruw gegoten producten in de vorm van ingots zonder gietkop of in de vorm van blokken, met duidelijke oppervlaktefouten en die niet beantwoorden aan de chemische samenstelling van gietijzer, van spiegelijzer of van ferrolegeringen;

 

h. korrels:

 

producten die voor minder dan 90 gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm en voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 5 mm gaan;

 

ij. halffabrikaten:

 

massieve producten verkregen door continu-gieten, ook indien warm voorgewalst en andere massieve producten enkel warm voorgewalst of ruw voorgesmeed, profielen in voorwerpsvormen daaronder begrepen.

 

Deze producten mogen niet opgerold zijn;

 

k. gewalste platte producten:

 

massieve producten, gewalst, met een rechthoekige dwarsdoorsnede, die niet beantwoorden aan de definitie onder ij hiervoor:

 

- spiraalvormig opgerold, of

- niet opgerold, met een breedte van ten minste tien maal de dikte indien deze dikte minder dan 4,75 mm bedraagt, dan wel met een breedte van meer dan 150 mm en van ten minste twee maal de dikte indien de dikte 4,75 mm of meer bedraagt.

 

Als gewalste platte producten worden eveneens aangemerkt, gewalste platte producten voorzien van rechtstreeks bij het walsen verkregen motieven in reliëf (bij voorbeeld groeven, ribbels, wafels, ruiten, druppels), dan wel geperforeerd, gegolfd of gepolijst, voor zover de producten door deze bewerkingen niet het karakter hebben gekregen van elders bedoelde artikelen of werken.

 

Gewalste platte producten, anders dan vierkant of rechthoekig ongeacht de afmeting, moeten worden ingedeeld als producten met een breedte van 600 mm of meer, voor zover zij niet het karakter hebben van elders bedoelde artikelen of werken;

 

l. walsdraad:

 

warm gewalste massieve producten, onregelmatig opgerold, met een dwarsdoorsnede in de vorm van een cirkel, een cirkelsegment, een ovaal, een vierkant, een rechthoek, een driehoek of een andere convexe veelhoek (daaronder begrepen 'afgeplatte cirkels' en 'gewijzigde rechthoeken', waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn). Deze producten mogen voorzien zijn van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen (betonijzer of betonstaal);

 

m. staven:

 

massieve producten die niet beantwoorden aan de definities onder ij, k of l hiervoor, noch aan de definitie van draad en die een op alle plaatsen gelijke dwarsdoorsnede hebben in de vorm van een cirkel, een cirkelsegment, een ovaal, een vierkant, een rechthoek, een driehoek of een andere convexe veelhoek (daaronder begrepen 'afgeplatte cirkels' en 'gewijzigde rechthoeken', waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden de vorm hebben van een convexe cirkelboog en de beide andere zijden recht, parallel en van gelijke lengte zijn).

 

Die producten mogen:

 

- voorzien zijn van inkepingen, verdikkingen, ribbels of andere bij het walsen verkregen vervormingen (betonijzer of betonstaal);

- na het walsen zijn getordeerd;

 

n. profielen:

 

massieve producten die niet beantwoorden aan de definities onder ij, k, l of m hiervoor, noch aan de definitie van draad en die een op alle plaatsen gelijke dwarsdoorsnede hebben.

 

Hoofdstuk 72 omvat niet producten bedoeld bij de posten 73.01 en 73.02;

 

o. draad:

 

koud vervaardigde massieve producten, opgerold, die niet beantwoorden aan de definitie van gewalste platte producten en die een op alle plaatsen gelijke dwarsdoorsnede hebben van ongeacht welke vorm;

 

p. holle staven voor boringen:

 

staven, ongeacht de vorm van de dwarsdoorsnede, geschikt voor de vervaardiging van boorstangen en waarvan de grootste buitenwerkse afmeting der dwarsdoorsnede, meer dan 15 doch niet meer dan 52 mm, ten minste het dubbele is van de grootste binnenwerkse afmeting. Holle staven van ijzer of van staal, die niet aan deze definitie beantwoorden, worden ingedeeld onder post 73.04.

 

2. Ferroproducten geplateerd met een ferrometaal van een andere soort, worden ingedeeld onder de post waaronder het ferrometaal valt dat in de samenstelling met het hoogste gewicht voorkomt.

 

3. Producten van ijzer of van staal, verkregen door elektrolyse, door spuitgieten of door sinteren, worden ingedeeld naar vorm, samenstelling en uiterlijk aanzien, onder de posten waaronder overeenkomstige, door warm walsen verkregen, producten vallen.

 

 

AANVULLENDE AANTEKENINGEN

 

1. In dit hoofdstuk wordt aangemerkt als:

 

a. gelegeerd gietijzer:

 

gietijzer, bevattende één of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

 

- meer dan 0,2 gewichtspercent chroom,

- meer dan 0,3 gewichtspercent koper,

- meer dan 0,3 gewichtspercent nikkel,

- meer dan 0,1 gewichtspercent van één van de volgende elementen : aluminium, molybdeen, titaan, wolfraam, vanadium;

 

b. niet-gelegeerd automatenstaal:

 

niet-gelegeerd staal, bevattende één of meer van de onderstaande elementen in de daarbij vermelde verhoudingen:

 

- 0,08 of meer gewichtspercenten zwavel,

- 0,1 of meer gewichtspercenten lood,

- meer dan 0,05 gewichtspercent selenium,

- meer dan 0,01 gewichtspercent tellurium,

- meer dan 0,05 gewichtspercent bismut;

 

c. siliciumstaal (transformatorstaal):

 

gelegeerd staal, bevattende ten minste 0,6 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten silicium en niet meer dan 0,08 gewichtspercent koolstof. Het product mag eveneens niet meer dan 1 gewichtspercent aluminium bevatten, doch geen ander element in een hoeveelheid waardoor aan het staal het karakter van een ander gelegeerd staal wordt verleend;

 

d. sneldraaistaal:

 

gelegeerd staal, bevattende ten minste twee van de drie volgende elementen : molybdeen, wolfraam en vanadium, met een gehalte van 7 of meer gewichtspercenten, voor de drie elementen samen, en bovendien bevattende 0,6 of meer gewichtspercenten koolstof en 3 of meer doch niet meer dan 6 gewichtspercenten chroom, al dan niet vergezeld van andere legeringselementen;

 

e. siliciummangaanstaal :

 

gelegeerd staal, bevattende:

 

- niet meer dan 0,7 gewichtspercent koolstof;

- 0,5 of meer doch niet meer dan 1,9 gewichtspercent mangaan, en

- 0,6 of meer doch niet meer dan 2,3 gewichtspercenten silicium, doch geen ander element in een hoeveelheid waardoor aan het staal het karakter van een ander gelegeerd staal wordt gegeven.

 

2. Voor de indeling van ferrolegeringen onder de onderverdelingen van post 72.02 dient de volgende regel in acht te worden genomen:

een ferrolegering wordt als binair aangemerkt en onder de desbetreffende onderverdeling (indien deze bestaat) ingedeeld, indien één legeringselement het in aantekening 1 c op hoofdstuk 72 vermelde minimumpercentage te boven gaat. Dienovereenkomstig wordt een ferrolegering respectievelijk als ternair of quaternair aangemerkt indien twee of drie legeringselementen de daarvoor vermelde minimumpercentages te boven gaan.

 

Voor de toepassing van deze regel dient het gehalte van elk van de niet in aantekening 1 c op hoofdstuk 72 met name genoemde 'andere elementen' meer dan 10 gewichtspercenten te bedragen.

 

 

AANVULLENDE AANTEKENING (GN)

 

1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden aangemerkt als:

 

- 'dynamoplaat of transformatorplaat' en 'dynamoband of transformatorband':

 

plat gewalste producten, bedoeld bij de onderverdelingen 72.09.1610, 72.09.1710, 72.09.1810, 72.09.2610, 72.09.2710, 72.09.2810 en 72.11.2320 gekenmerkt door een wattverlies per kilogram, bepaald volgens de methode van Epstein, bij een stroom van 50 perioden en een inductie van 1 tesla:

 

- van 2,1 watt of minder, indien de dikte niet meer is dan 0,2 mm;

- van 3,6 watt of minder, indien de dikte meer is dan 0,2 mm doch minder dan 0,6 mm;

- van 6 watt of minder, indien de dikte 0,6 mm of meer is doch niet meer dan 1,5 mm;

 

- 'blik':

 

plat gewalste producten (met een dikte van minder dan 0,5 mm), bedoeld bij de onderverdelingen 72.10.1220, 72.10.7010, 72.12.1010 en 72.12.4020 bedekt met een laag metaal, waarvan het tingehalte 97 gewichtspercenten of meer bedraagt.

 

- 'gereedschapsstaal':

 

gelegeerd staal, andere dan roestvrij staal of sneldraaistaal, bedoeld bij de onderverdelingen 72.24.1010, 72.24.9002, 72.25.3010, 72.25.4012, 72.26.9120, 72.28.3020, 72.28.4010, 72.28.5020 en 72.28.6020, bevattende onderstaande elementen in een van de genoemde combinaties, met of zonder andere elementen:

 

- minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof

en

0,7 of meer gewichtspercenten silicium en 0,05 of meer gewichtspercenten vanadium

of

4 of meer gewichtspercenten wolfraam;

 

- 0,8 of meer gewichtspercenten koolstof

en

0,05 of meer gewichtspercenten vanadium;

 

- meer dan 1,2 gewichtspercent koolstof

en

11 of meer doch niet meer dan 15 gewichtspercenten chroom;

 

- 0,16 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent koolstof

en

3,8 of meer doch niet meer dan 4,3 gewichtspercenten nikkel

en

1,1 of meer doch niet meer dan 1,5 gewichtspercent chroom;

en

0,15 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen;

 

- 0,3 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent koolstof

en

1,4 of meer doch niet meer dan 2,1 gewichtspercenten chroom

en

0,15 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen

en

minder dan 1,2 gewichtspercent nikkel;

 

- 0,3 of meer gewichtspercent koolstof

en

minder dan 5,2 gewichtspercenten chroom

en

0,65 of meer gewichtspercenten molybdeen of 0,4 gewichtspercent wolfraam;

 

- 0,5 of meer doch niet meer dan 0,6 gewichtspercent koolstof

en

1,25 of meer doch niet meer dan 1,8 gewichtspercent nikkel

en

0,5 of meer doch niet meer dan 1,2 gewichtspercent chroom

en

0,15 of meer doch niet meer dan 0,5 gewichtspercent molybdeen.

 

AANTEKENINGEN

 

1. Deze afdeling omvat niet:

 

a. verf, inkt en dergelijke producten, bereid met metaalpoeder of met metaalschilfers, alsmede stempelfoliën (posten 32.07 tot en met 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15);

 

b. ferrocerium en andere vonkende legeringen (post 36.06);

 

c. hoofddeksels en delen daarvan, van metaal, bedoeld bij de posten 65.06 en 65.07;

 

d. geraamten van paraplu's en andere artikelen bedoeld bij post 66.03;

 

e. producten bedoeld bij hoofdstuk 71 (bij voorbeeld legeringen van edele metalen, onedele metalen geplateerd met edele metalen, fancybijouterieën);

 

f. artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektronisch materieel);

 

g. sporen (post 86.08) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XVII (vervoermaterieel);

 

h. instrumenten en toestellen, bedoeld bij afdeling XVIII, veren voor uurwerken daaronder begrepen;

 

ij. hagel (post 93.06) en andere artikelen bedoeld bij afdeling XIX (wapens en munitie);

 

k. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 94 (bij voorbeeld meubelen, matrassen, verlichtingstoestellen, lichtreclames, geprefabriceerde bouwwerken);

 

l. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 95 (bij voorbeeld speelgoed, spellen, sportartikelen);

 

m. handzeven, knopen, penhouders, vulpotloden, schrijfpennen, statieven met één, twee of drie poten en dergelijke artikelen, alsmede andere artikelen bedoeld bij hoofdstuk 96 (diverse werken);

 

n. artikelen bedoeld bij hoofdstuk 97 (bij voorbeeld kunstvoorwerpen).

 

2. In de nomenclatuur worden als 'delen voor algemeen gebruik' aangemerkt:

 

a. artikelen bedoeld bij de posten 73.07, 73.12, 73.15, 73.17 en 73.18, alsmede dergelijke artikelen van andere onedele metalen;

 

b. veren en veerbladen, van onedele metalen, andere dan veren voor uurwerken (post 91.14);

 

c. artikelen bedoeld bij de posten 83.01, 83.02, 83.08 en 83.10, alsmede lijsten en spiegels van onedel metaal bedoeld bij post 83.06.

 

Waar in de hoofdstukkken 73 tot en met 76 en 78 tot en met 82 (behalve in post 73.15) 'delen' worden genoemd, slaat zulks niet op 'delen voor algemeen gebruik' in bovenbedoelde zin.

 

Met inachtneming van het bepaalde bij het voorgaande lid en bij aantekening 1 op hoofdstuk 83, zijn de artikelen bedoeld bij de hoofdstukken 82 en 83 uitgezonderd van de hoofdstukken 72 tot en met 76 en 78 tot en met 81.

 

3. In de nomenclatuur worden als 'onedele metalen' aangemerkt : ijzer en staal, koper, nikkel, aluminium, lood, zink, tin, wolfraam, molybdeen, tantaal, magnesium, kobalt, bismut, cadmium, titaan, zirkonium, antimoon, mangaan, beryllium, chroom, germanium, vanadium, gallium, hafnium (celtium), indium, niobium (columbium), rhenium en thalium.

 

4. In de nomenclatuur worden als 'cermets' aangemerkt producten bevattende een microscopische, heterogene samenstelling van een metallische component en een keramische component. De term 'cermets' omvat eveneens hardmetalen (gesinterde metaalcarbiden), zijnde metaalcarbiden gesinterd met een metaal.

 

5. Regels betreffende de legeringen (andere dan ferrolegeringen en toeslaglegeringen, omschreven in de hoofdstukken 72 en 74):

 

a. legeringen van onedele metalen worden ingedeeld als legeringen van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen van de legeringen overtreft;

 

b. legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV met elementen niet bedoeld bij afdeling XV worden ingedeeld als legeringen van onedele metalen bedoeld bij afdeling XV, indien het totale gewichtspercentage van de onedele metalen gelijk is aan of groter is dan het totale gewichtspercentage van de overige elementen;

 

c. gesinterde mengsels van metaalpoeders, heterogene mengsels verkregen door samensmelten (andere dan cermets) en intermetallische verbindingen, worden eveneens als legeringen aangemerkt.

 

6. Waar in de nomenclatuur een onedel metaal met name is genoemd, slaats zulks - voorzover niet anders is bepaald - eveneens op de legeringen, die op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor, als legeringen van dat metaal worden aangemerkt.

 

7. Regel betreffende de samengestelde artikelen:

 

Voorzover in de tekst van de posten niet anders is bepaald, worden werken van onedel metaal, die uit twee of meer onedele metalen samengesteld zijn, ingedeeld als werken van het metaal, waarvan het gewichtspercentage dat van elk der andere metalen overtreft. Hetzelfde geldt ten aanzien van de werken die moeten worden aangemerkt als werken van onedel metaal.

 

Voor de toepassing van die regel worden:

 

a. gietijzer, ijzer en staal als een en hetzelfde metaal aangemerkt;

 

b. legeringen voor hun totaalgewicht geacht te bestaan uit het metaal, waarvan zij de indeling op grond van het bepaalde bij aantekening 3 hiervoor volgen;

 

c. cermets bedoeld bij post 81.13 aangemerkt als een enkel onedel metaal.

 

8. In deze afdeling worden aangemerkt als:

 

a. resten en afval:

 

resten en afval, van metaal, verkregen bij de vervaardiging of de mechanische bewerking van metaal, alsmede werken van metaal die als zodanig definitief onbruikbaar zijn geworden door breuk, versnijden, slijtage of dergelijke;

 

b. poeder:

 

producten die voor 90 of meer gewichtspercenten door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan.