Hoofdstuk 32

Looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; pigmenten en andere kleur- en verfstoffen; verf en vernis; mastiek; inkt

1. Dit hoofdstuk omvat niet:

a. geïsoleerde chemisch welbepaalde producten, andere dan die begrepen onder post 32.03 of 32.04, de anorganische stoffen van de soort gebruikt als 'lichtgevende stoffen' (luminoforen) (post 32.06), glas verkregen uit gesmolten silliciumdioxyde of uit gesmolten kwarts, in de vormen bedoeld bij post 32.07 en de kleur- en verfstoffen, opgemaakt voor de verkoop in het klein, bedoeld bij post 32.12;

b. tannaten en andere looizuurderivaten van de producten bedoeld bij de posten 29.36 tot en met 29.39, 29.41 en 35.01 tot en met 35.04;

c. asfaltmastiek en andere bitumineuze mastiek (post 27.15).

2. Mengsels van gestabiliseerde diazozouten en koppelmiddelen, voor de vervaardiging van azokleurstoffen, worden onder post 32.04 ingedeeld.

3. Onder de posten 32.03, 32.04, 32.05 en 32.06 worden eveneens ingedeeld de preparaten op basis van kleurstoffen (daaronder begrepen, voor zover het post 32.06 betreft, pigmenten bedoeld bij post 25.30 of hoofdstuk 28, metaalschilfers en metaalpoeders), van de soort gebruikt voor het kleuren van stoffen of als bestanddeel bij de vervaardiging van kleurpreparaten. Daarentegen omvatten deze posten niet de pigmenten in niet-waterige dispersies, in vloeibare vorm of als pasta van de soort gebruikt bij de vervaardiging van verf (post 32.12), noch de andere preparaten bedoeld bij de post 32.07, 32.08, 32.09, 32.10, 32.12, 32.13 en 32.15.

4. Oplossingen van producten bedoeld bij de posten 39.01 tot en met 39.13 (andere dan collodion), in vluchtige organische oplosmiddelen vallen onder post 32.08, indien zij meer dan 50 gewichtspercenten oplosmiddelen bevatten.

5. De in dit hoofdstuk gebezigde uitdrukkingen 'kleurstoffen' en 'verfstoffen' omvatten niet producten van de soort gebruikt als vulstof in olieverf, ook indien zij geschikt zouden zijn om als pigment voor waterverf te dienen.

6. Met 'stempelfoliën' in de zin van post 32.12 worden uitsluitend bedoeld foliën voor het stempelen van bijvoorbeeld boekbanden, lederwaren of hoedbanden, en die bestaan uit:

a. metaalpoeder (stuifpoeder), ook van edel metaal, of pigmenten, gebonden met lijm, met gelatine of met andere bindmiddelen;

b. metalen (edele metalen daaronder begrepen) of pigmenten, door elektrolyse, verstuiving of een dergelijke werkwijze aangebracht op een drager van papier, van kunststof of van andere stoffen.

 

 

AANTEKENINGEN

 

 

1. A. Producten (andere dan radioactieve metaalertsen) die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.44 of 28.45, moeten worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

B. Behoudens het bepaalde onder A. hiervoor, moeten producten die beantwoorden aan de omschrijving van post 28.43 of 28.46 of 28.52 worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van afdeling VI.

 

 

2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor, moeten alle producten die behoren tot een der posten 30.04, 30.05, 30.06, 32.12, 33.03, 33.04, 33.05, 33.06, 33.07, 35.06, 37.07 of 38.08, hetzij omdat ze zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, hetzij omdat ze voorkomen in afgemeten hoeveelheden, worden ingedeeld onder die posten en niet onder een andere post van de nomenclatuur.

 

 

3. Goederen aangeboden in stellen of assortimenten en bestaande uit twee of meer bestanddelen die geheel of gedeeltelijk tot een der posten van deze afdeling behoren en waarvan kan worden onderkend dat zij bestemd zijn om, door vermenging, een product bedoeld bij afdeling VI of VII te verkrijgen, worden ingedeeld onder de post die betrekking heeft op dit product, mits:

a. duidelijk kan worden onderkend dat zij, gezien de wijze van opmaak, bestemd zijn om gezamenlijk te worden gebruikt, zonder eerst opnieuw te worden verpakt;

b. zij gelijktijdig worden aangeboden;

c. onderkend kan worden dat zij, gezien aard of hoeveelheid, elkaars complement zijn.