Hoofdstuk 12

Oliehoudende zaden en vruchten; allerlei zaden, zaaigoed en vruchten; planten voor industrieel en voor geneeskundig gebruik; stro en voeder

AANTEKENINGEN

1. Als oliehoudende zaden bedoeld bij post 12.07 worden onder meer aangemerkt : palmnoten en palmpitten, katoenzaad, ricinuszaad, sesamzaad, mosterdzaad, saffloerzaad, papaverzaad en kariténoten. Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd de producten bedoeld bij de posten 08.01 en 08.02, alsmede olijven (hoofdstuk 7 of 20).

2. Post 12.08 omvat niet alleen meel waaruit de olie niet is afgescheiden, doch ook meel waaruit de olie gedeeltelijk is afgescheiden, alsmede meel waaruit de olie eerst is afgescheiden en vervolgens weer geheel of gedeeltelijk is toegevoegd. Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd de bij de posten 23.04 tot en met 23.06 bedoelde afvallen.

3. Bietenzaad, graszaad en zaad van andere weidegewassen, zaad van sierbloemen, groentezaad, zaad van vruchtbomen en van andere bomen en zaad van wikken (andere dan die van de soort 'Vicia faba') en van lupine worden aangemerkt als zaaigoed bedoeld bij post 12.09.

Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd, ook indien zij bestemd zijn om als zaaigoed te dienen:

a. zaad van peulgroenten en suikermaïs (hoofdstuk 7);

b. specerijen en andere producten, bedoeld bij hoofdstuk 9;

c. granen (hoofdstuk 10);

d. producten bedoeld bij de posten 12.01 tot en met 12.07 en 12.11.

4. Post 12.11 omvat onder meer planten en plantendelen van de volgende soorten : bazielkruid, bernagie, ginseng, hysop, zoethout, munt van alle soorten, rozemarijn, wijnruit, salie en absint.

Van deze post zijn daarentegen uitgezonderd:

a. farmaceutische producten bedoeld bij hoofdstuk 30;

b. parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, bedoeld bij hoofdstuk 33;

c. insectendodende middelen, schimmelwerende middelen, onkruidbestrijdingsmiddelen, desinfecteermiddelen en dergelijke producten, bedoeld bij post 38.08.

5. Voor de toepassing van post 12.12 worden niet als 'zeewier en andere algen' aangemerkt:

a. dode, ééncellige micro-organismen bedoeld bij post 21.02;

b. culturen van micro-organismen bedoeld bij post 30.02;

c. meststoffen bedoeld bij de posten 31.01 en 31.05.

AANTEKENING

1. Voor de toepassing van deze afdeling worden als 'pellets' aangemerkt, producten die, door druk of door toevoeging van een bindmiddel in een hoeveelheid van niet meer dan 3 gewichtspercenten, in de vorm van cilinders, bolletjes, enz., zijn geagglomereerd.